|
11 september 2010 - Excursie
Drents Friese Wold
De
excursie naar het Drents Friese Wold , met wonderwel
prachtig weer, een goede sfeer, een opkomst van maar
liefst 17 mensen en als klapper een soortenlijst van 18
soorten, ondanks wekenlange regen waardoor op de meeste
plekken haast geen libel meer te zien is, was zeker een
bijzonder mooie afsluiter van het Friese libellenseizoen
2010. Ook het feit dat er steeds meer mensen van (ver!)
buiten Friesland op onze excursies komen, beschouwen we
als een hele leuke en positieve ontwikkeling!
Hieronder nog even de officiele waarnemingslijst: (SD =
Schaopedobbe, SD1 = nat schraallandje SD2= rietven SD3=
Schaopewaskerdobbe. DFW1= lisdoddeven kloosterweg, DFW2=
hoogveentje kloosterweg)
Tengere pantserjuffer DFW1, DFW2, SD2
Tangpantserjuffer 1 man DFW1
Gewone pantserjuffer DFW1, SD2, SD3
Houtpantserjuffer DFW1, SD2
Bruine winterjuffer SD1 (2 exemplaren, vrouwtjes, in
beschutte heiderandjes)
Noordse winterjuffer SD2 (1 vrouwtje in heide achter
rietven)
Watersnuffel SD2, SD3
Lantaarntje SD1
Tengere grasjuffer SD1 (1 vrouwtje, zie foto Peter
Ferwerda)
Koraaljuffer SD2 (toch nog een viertal exemplaren)
Bruinrode heidelibel overal, maar opvallend lage
dichtheid
Steenrode heidelibel overal, maar opvallend lage
dichtheid
Bloedrode heidelibel SD2
Zwarte heidelibel overal, maar opvallend lage dichtheid
Paardenbijter overal, redelijk algemeen
Venglazenmaker 1 zekere man SD2 (mogelijk een drietal
ex), 1 mogelijke vr SD3
Bruine glazenmaker 1 man SD2
Grote keizerlibel 1 man SD2
Daarnaast nog een aantal interessante waarnemingen:
Mierenleeuw diverse kolonies SD3
jongbroed zonnebaars (5 gevangen) in SD3
Moerassprinkhaan, 5-10 tikkende mannen SD2
Kleine vuurvlinder enk ex SD
verse keutel Egel op zandpad SD
Boomleeuwerik SD
Kruisbek SD
Bosdroogbloem op zandpad SD (RL-soort).jpg) .jpg)
.jpg) .jpg)

Libellenexcursie van de Hynstebiter
in it Ketliker Skar en Tsjongerdellen.
10 juli 2010.
Een kleine groep
libellenliefhebbers had zich om 1 uur ’s middags
verzameld op het parkeerterreintje aan de Tjongervallei
bij de Tsjongertoer. Het was op het warmste moment van
de dag en de thermometer wees zo’n 30 graden aan. Op het
parkeerterreintje vloog alleen een bruine glazenmaker
zijn rondjes.
Het was de bedoeling eerst in it
Ketliker Skar enkele dobben op libellen te inspecteren
en daarna naar de Tsjongerdellen te gaan, waar we
hopelijk weer wat andere soorten zouden vinden. In het
lange gras naar de dobbe toe vlogen de eerste
azuurwaterjuffers, rond en in de dobbe erg veel. Bij en
boven de eerste de dobbe: grote keizerlibel, gewone
oeverlibel (erg talrijk) en viervlek. In de rand eerst
enkele gewone pantserjuffers, maar ook al vrij snel
enkele tengere pantserjuffers. Soms zelfs naast elkaar
te zien. Hier en daar een lantaarntje en een enkele
zwarte en bloedrode heidelibel. Tenslotte hier nog een ♂
platbuik. Bij de volgende pas enkele jaren oude poel
aangekomen vlogen vooral gewone oeverlibellen, maar ook
een ♂ platbuik, 10 tallen watersnuffels en
azuurwaterjuffers rond wat fonteinkruiden in de anders
vrij kale plas. Boven het pas gemaaide grasland vloog
een vroege glazenmaker en mogelijk een groene
glazenmaker. Over die laatste waren de meningen wat
verdeeld. Nog wat rond gekeken en nog een smargdlibel
gezien. Uit een boom vloog een groep van maar liefst 30
kruisbekken en verder nog een witte ballon met een
kaartje eraan met een groet uit het verre Rotterdam; de
schotse hooglanders lagen puffend onder de bomen en
namen niet de moeite ons te begroeten.
We besloten naar de Tsjongerdellen
te gaan. We dachten dat de wind daar wel wat verkoeling
zou brengen , maar de wind was gaan liggen. Bij de
eerste krabbenscheersloot aangekomen bleek dat bijna
alle blauwe juffers, variabele waterjuffers waren.
Verder vlogen hier gewone pantserjuffers, lantaarntjes
en vroege glazenmakers die zich mooi lieten zien. Verder
een enkele zwarte heidelibel en bloedrode heidelibel.
Verder gelopen kwamen we bij een stuk waar de oude loop
van de Tsjonger liep. Hier vlogen vooral weer gewone
oeverlibellen, viervlekken, grote keizerlibel, maar ook
smaragdlibel was hier aanwezig. We zagen onze eerste
grote roodoogjuffers. Toen kwam er plotseling een rood
gevaarte langs: vuurlibel, daarna kwam ie nog een keer
mooi voorbij. Een perfect uitgekleurd ♂. Top!!! Verder
langs de Tsjongermeander gelopen kwamen we nog een
bruine korenbout ♂ tegen.(behoorlijk afgevlogen) Ook dit
was weer een boppenslach, zoveel waarnemingen zijn er
niet uit de Tsjongerdellen. Toen kwamen we bij een deel
van de meander waar de volgende highlight zich
aandiende: een ♀ groene glazenmaker die zichzelf
verried door al ritselent eitjes af te zetten op een
krabbenscheerplant. In 10 minuten tijd telden we hier 7
ex., waarvan 3 eiafzettend ♀. We waren bijna het rondje
rond toe we nog bij een petgat kwamen met heel leuke
moerasvegetatie. Hier zouden we een punt breien aan de
excursie toen er een glanslibel voorbij vloog: flavomac.
riepen we in koor. De gevlekte glanslibel, wel op
gehoopt, maar niet echt verwacht.
Tenslotte nog even bij de Madeweg
gekeken waar op dit moment naar het schijnt veel
weidebeekjuffers vliegen. Daar aangekomen inderdaad
100-den beekpronkjes. Na kort zoeken vonden we ook nog
een ♀blauwe breedscheenjuffer. Verder vloog hier
azuurwaterjuffer, lantaarntje, gewone pantserjuffer,
gewone oeverlibel, bruine glazenmaker, vroege
glazenmaker. Als bijzonderheid ook nog een ♂ bruine
korenbout.
|
10 juli 2010 |
|
Ketliker Skar |
Tsjongerdellen |
Linde, Madeweg |
|
Weidebeekjuffer |
Beekpronkje |
- |
- |
> 400 |
|
Gewone pantserjuffer |
Wetterhynderke |
>25 |
>5 |
enkele |
|
Tengere pantserjuffer |
Lyts hynderke |
>1- |
- |
- |
|
Lantaarntje |
Blausturtsjes |
>5 |
>10 |
>5 |
|
Azuurwaterjuffer |
Blaujufferke |
>100 |
>5 |
enkele |
|
Watersnuffel |
Wettersneuperke |
>100 |
enkele |
- |
|
Variabele waterjuffer |
Sompejufferke |
- |
>25 |
- |
|
Grote roodoogjuffer |
Grut readeachje |
- |
>25 |
- |
|
Blauwe breedscheenjuffer |
Breedpoatsje |
- |
- |
1 |
|
Vroege glazenmaker |
Kylplakbiter |
1 |
>25 |
1 |
|
Bruine glazenmaker |
Brune biter |
3 |
3 |
1 |
|
Groene glazenmaker |
Ielstikelbiter |
(1) |
±10 |
- |
|
Grote keizerlibel |
Grutte keizer |
>5 |
>5 |
1 |
|
Smaragdlibel |
Brûnskop |
1 |
>10 |
- |
|
Gevlekte glanslibel |
Sompegrienkop |
- |
1 |
- |
|
Viervlek |
Fjouwerflek |
>25 |
>25 |
- |
|
Platbuik |
Wespbúkje |
2 |
- |
- |
|
Bruine korenbout |
Goudbúkje |
- |
1 |
1 |
|
Gewone oeverlibel |
Kantsitter |
>50 |
>50 |
>5 |
|
Bloedrode heidelibel |
Bloedhopke |
4 |
3 |
- |
|
Zwarte heidelibel |
Swart hopke |
3 |
2 |
- |
|
Vuurlibel |
Fjoerbúkje |
- |
1 |
- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Tom, 11 juli 2010

Op zoek naar de Oostelijke Witsnuitlibel (21 juni
2009)
kort verslag door Geert Boerma , Capelle aan den
IJssel
Ergens
op de website van de Vlinderstichting staat het volgende
te lezen :
Spectaculaire ontdekking oostelijke witsnuitlibel
Op
26 juni 2005 is in Friesland tijdens een excursie
van de NJN de oostelijke
witsnuitlibel aangetroffen.
Dit
is een buitengewoon spectaculaire waarneming, zeker
omdat inmiddels is komen vast te staan dat het hier om
een (zeer
kleine en kwetsbare)
populatie gaat. ( ... )
De
soort werd als uitgestorven beschouwd in Nederland en is
in heel Noordwest Europa buitengewoon zeldzaam.
 
 
 
Recentelijk deed zich de
gelegenheid voor om onder leiding van een deskundige
gids het betreffende leefgebied - een door bos omrand
vennetje - in de regio Oldeberkoop te bezoeken.
Je moet wel heel enthousiast zijn om een retourtje
Friesland te reizen vanuit Rotterdam of Vlissingen of
Limburg voor 1
libel.
Maar zulke types zijn het dus die zich op 21 juni 2009
verzamelen in Oldeberkoop , bij de kerk waarvan de
originele Romaanse versie in de 13e eeuw werd
gewijd aan St. Bonifacius.
Helaas dreigt er regenachtig weer maar voorspellingen
lijken te wijzen op “verbeteringen” na de middag.Onze
gids meldt zich - de heer Peter de Boer - wiens
dagelijkse werkzaamheden nauw zijn verbonden met It
Fryske Gea ( = Het Friese Landschap ; verifieert u even
uw correcte uitspraak bij een ‘oprjochte’ Fries).
Na zijn uitvoerige inleiding rijden we - twee dozijn
natuurliefhebbers in 8 auto’s - in de richting van de
plas. Wat Peter niet weet van de
Delleboersterheide en omstreken kan makkelijk op een
lucifersdoosje worden genoteerd.
Het landschap ter plaatse bestaat uit hoogveen waarin
oude zandruggen omhoog komen.
Er is heide en er zijn waterpartijen. Hier werd al in de
steentijd gewoond - in het stroomgebied van de Tjonger.
Bij het vennetje aangekomen lopen we in ganzenpas door
een bosschage naar een kleine heuvelrug die, zo vertelt
de gids, bestaat uit materiaal dat nog vrij recentelijk
bij het uitbaggeren uit het ven is gehaald. Het ven is
toen in oude luister hersteld.
lees verder:
Excursie Oostelijke witsnuitlibel 21 juni 2009

Libellenexcursie Wyldemerk 16 mei
2009
Een mooie zaterdagochtend in mei
nodigt uit om de natuur in te trekken. Als dat dan ook
nog een keer kan met Ep die je van alles kan vertellen
over de libellenrijkdom van dit prachtige stukje
Gaasterland heb je weinig meer te klagen. Nadat Ep alle
excursiegangers heeft weten te verzamelen (het blijft
lastig te vinden als je van buiten Gaasterland komt,
zeker de eerste keer) en een woord van welkom heeft
gesproken, trekken we langs de bloeiende waterviolier
het gebied in. We hebben nauwelijks onze eerste libellen
bekeken, of daar trekt een hele groep mensen achter ons
het gebied in. Ep slikt eens even; zoveel belangstelling
voor mijn excursie? Het blijkt echter een IVN-groep uit
Hilversum te zijn die heeft besloten Gaasterland te
verkennen. (Uitstekende keuze denk ik als trotse
Gaasterlander.) En een libellenreservaat laat je dan
uiteraard niet links liggen. Na wat overleg (we willen
elkaar niet in de weg lopen) gaan we ieder ons weegs.
Het is nog maar net 11.00 uur geweest
en veel libellen en juffers hangen nog wat op te warmen
in de vegetatie. Eén van de eerste die we zien vliegen
is meteen een gevlekte witsnuit. Vele soorten en steeds
meer individuen volgen. Variërend van vuurjuffer tot
azuurwaterjuffer en van Noordse witsnuit tot glassnijder.
We speuren de oeverbegroeiing af op
zoek naar larvenhuidjes en vinden opvallend veel huidjes
van de grote keizerlibel. Hoewel, huidjes. Het
zijn eigenlijk knapen van larven. Je kunt je zo maar
voorstellen dat geen kikkervis veilig is voor deze
geweldenaars. Gewapend met hun uitklapbare kaken zijn
het de haaien en barracuda's van onze binnenwatertjes.
In tegenstelling tot de aantallen huidjes zien we
slechts een stuk of drie imago's rondvliegen.
En dan, plotseling de smaragdlibel.
Prachtig glimmend met een knotsvormig achterlijf en
groene ogen. En nog één, en nog één, en , ho, dat is een
viervlek. Sommige smaragdlibellen laten zich herkennen
aan een gekromd achterlijfje.
Even verderop zien we een vrouwtje
platbuiklibel. De Friese naam Wespbúkje is treffend; ze
is zo maar te verwarren met de flink uit de kluiten
gegroeide hoornaar. Als slagroom op het toetje volgt dan
nog een prachtig exemplaar van de vroege glazenmaker, te
herkennen aan de "gele spijker" op de rug. (Dat heeft de
paardenbijter overigens ook, maar die vliegt véél
later.)
Ep legt ons de keuze voor om nog wat
andere plekken in de Wyldemerk te gaan bekijken, of te
verkassen naar het vennetje in de vlakbijgelegen Star
Numanbossen. Echter, hij houdt zo'n enthousiast verhaal
over dat ven, dat van een keuze eigenlijk geen sprake
meer is.
Bij het ven aangekomen, genieten we
allereerst van de prachtige aanblik. SBB heeft hier
midden in het bos een tijd terug een mooi groot ven
laten graven met aan de noordkant een grote moerassige
zone. Er groeit veel struikheide omheen. We zien niet
meer soorten libellen dan we reeds in de Wyldemerk
hebben gezien, maar in de slootjes die aantakken op het
ven zit veel begroeiing. Het blijkt een geweldige plek
te zijn voor viervlekken om hier uit te sluipen. Je kunt
hier alle stadia van het uitsluipen bewonderen. Hoe
beter je kijkt, hoe meer je er ziet.
Het is inmiddels na 13.00 uur en Ep
beëindigt de excursie. Er zijn in de loop van de ochtend
steeds meer stapelwolken ontstaan en de lucht is
inmiddels behoorlijk dichtgetrokken. We hebben onze tijd
goed benut.
Bedankt Ep.
Lijst van waargenomen soorten met
indicatie van aantallen:
Gevlekte witsnuit (1 vrouwtje)
Venwitsnuit
Noordse witsnuit (15)
Vuurjuffer (honderden)
Azuurwaterjuffer (honderden)
Lantaarntje
Glassnijder (25)
Groter keizerlibel (3)
Viervlek (> 100)
Smaragdlibel (10)
Platbuik (1 vrouwtje)
Vroege glazenmaker (1)
(Argusvlinder (1))
Ronald
Schouten

Verslag
Hynstebiter excursie 21 oktober 2006
Noordse winterjuffers in de Blesdijkerheide (s).
Na een aantal illustere voorgangers nu aan mij de eer
een kort verslagje toe te voegen van de excursie naar
bovengenoemd gebied waar de noordse winterjuffer (Sympecma
paedisca) al jaren wordt gevolgd door Ronald en Anneke.
Het was zo’n 17 graden en bewolkt toen we eerst ten
noordoosten van de Friese veldweg (die later zou worden
overgenomen door een gestaag doorstromende meest uit wat
oudere mensen bestaande wandelgroep onder de naam FLAL,
waarvan een aantal geheimzinnige kleine bordjes langs de
paden stonden) het stukje afgeplagde heide optogen. Een
klein groepje van 7 personen (harde kern van peter, ep,
ronald en anneke en verder saakje borgher-couperus,
gerrit jellema en henk jansen) had zich om 11u bij de
ingang verzameld (om 12 u kwam er verder niemand bij).
Bijzonder om te vermelden, hoewel het wellicht de doorge(noordse)winterde
libellen- liefhebber maar matig zal interesseren, dat
hier een groeiplaats van de echte guldenroede is (solidago
virgaurea). Dit is een rode lijst soort (RL 3) die zich
na het plaatselijke plaggen ook blijkt te vermeerderen
(slechts in 5 hokken van de Atlas fan de Flora fan
Fryslân voorkomend in 1977).
We struinen de pijpenstrootje randen af en al redelijk
snel wordt de eerste winterjuffer gemeld. Er wordt aan
deze kant niet stelselmatig door Ronald en Anneke geteld
maar een vorige keer (2 weken geleden) had hij er toch
een dertig geteld. Wij kwamen nu tot 26 exemplaren.
Vooral toen de zon doorbrak en de temperatuur steeg
werden er snel meer gezien. Het aantal vrouwtjes leek
groter dan dat van de mannetjes, hoewel we dit niet
systematisch hebben bijgehouden. Bijzonder ook om te
zien hoe sommige na verstoring (of opwarming door Peter,
die er 1 ving) meteen schuin tegen de wind omhoog vlogen
om op flinke hoogte (ter hoogte van een jonge eik) door
de wind te worden meegevoerd het gebied uit. Bij het van
dichtbij bekijken waren ook goed de tekening op het
borststuk en het patroon op het lichaam mooi te zien.
Het bekeken exemplaar had al blauwe kleuren bij de
vleugelaanhechting, verder waren ze bleek tot
donkerbruin van kleur (een enkele zelfs wat
paarsachtig). De meeste werden tussen de pijpenstro
gezien; echter ook enkele op brem. Ook werden hier nog
kleine vuurvlinder, bont zandoogje en gehakkelde aurelia
gezien.
Overkant.
Aan de zuidwestkant van de Friese veldweg is een groter
stuk heide aanwezig, wat gedeeltelijk geplagd is. Hier
een bijzonder fraai vochtige heide vegetatie met erg
veel klokjesgentiaan (nog bloeiend op 21 oktober!, zie
foto hieronder), locaal massaal beenbreek (foto) en
verder veel kiemend dophei, struikhei en pijpenstrootje.
Ook de veenbies komt er plaatselijk veel voor. In
laagtes komt veenmos, knolrus en waternavel voor. Het
terrein bestaat uit een geplagd deel met een laagte, een
kaal deel met aan het einde een bremstruweel. Dan komt
een slootje en aan de andere kant ligt nog een stuk met
geplagd en ongeplagde delen. Totaal komen we hier tot
142 noordse winterjuffers (2 weken daarvoor telde Ronald
en Anneke er 166). De meeste aan de overzijde van de
sloot (106). Een bijzonder methode is het naast elkaar
de heide overlopen (allemaal met een lange stok
gewapend) om zo de winterjuffers te bewegen op te
vliegen. Op deze manier kun je wel eens één dubbel
tellen, maar je mist waarschijnlijk ook een aantal.
Overige soorten libellen zijn de zwarte heidelibel en de
steenrode heidelibel. Net toen we met de laatste telling
klaar waren, kwamen er zwarte wolken aandrijven en leek
een flinke bui op komst. Teruglopende langs het bospad
bleek dit laatste mee te vallen en terwijl de stroom
wandelaars van de FLAL gestaag doorliep werden nog
enkele belangwekkende onderwerpen (Salomo, mot met
biggen, magnetiseren van water, termietenheuvels en
temperatuur,etc) doorgenomen totdat we om 2 uur ongeveer
een punt zetten achter deze leuke excursie. Hj
Excursie
Blesdijkerheide 21 oktober 2006
zie voor foto's de fotopagina

Excursie Alde Feanen 15 juli 2006 – Frank Kwant
Mijn
eerste excursie met de Hynstebiter, mijn tweede
libellenexcursie ooit en dan al het verslag mogen
schrijven: een bliksemcarrière ! En een reünie, want
toen Peter (2m) een weelderig begroeide sloot
inspecteerde, herinnerde ik mij die eerste
libellenexcursie. Toen kwamen wij een jonge
libellenkenner in de dop (dat seizoen door Peter
opgeleid, meen ik) tegen, die ons op een witsnuitlibel
wees. Peter ging uit z’n dak (> 2m): de eerste
waarneming van een witsnuitlibel in de Alde Feanen. Dat
was dus 3 jaar geleden, want inmiddels heb ik uit de
Hynstebiter-Nieuwsbrief begrepen zijn de
witsnuitlibellen in diverse soorten bijna alledaagse
waarnemingen geworden. En laat nu de jonge
libellenkenner van toen ook nu aanwezig zijn (Remco
Hiemstra), Deze keer is hij speciaal aanwezig om
metaalglanslibellen te spotten, die
hij
eerder op de Noorderleech heeft ontdekt. En dat lukt ook
! De eerste metaalglanslibel van de Alde Feanen ?!
Kortom er werd op zaterdag 15 juli 2006 in het Wikelslan
van de Alde Feanen wederom geschiedenis geschreven. En
op beeld vastgelegd, want – naar ik begrepen heb – was
ook een beroeps natuurfotograaf, Tom Oord, mee met deze
excursie. En daarnaast natuurlijk de Hynstebiter-leden,
die hun kennis verder hebben aangescherpt.
Wat zagen wij verder ? Heel bijzonder was de Groene
glazenmaker, die Peter met de hand kon vangen, omdat ie
eruit zag als een softenonbaby: met een verschrompelde
vleugelstomp en een ingeslagen oog. Volgens Peter een
vers exemplaar, dat de verminkingen had opgelopen bij
het uitvliegen. Boven het geïsoleerde krabbescheerplasje
vlogen een drietal mannetjes. We zagen 15 soorten: de
Metaalglanslibel en de Groene glazenmaker noemde ik al.
De overige 13 volgen hieronder:
Houtpantserjuffer (10)
Gewone pantserjuffer (25+)
Variabele waterjuffer (50+)
Lantaarntje (15)
Grote roodoogjuffer (10) op gele plomp
Bruinrode heidelibel (1x- Ep van Hijum en Peter de Boer
moeten nog uitmaken of ie ’t was)
Steenrode heidelibel (25)
Geelvlek heidelibel (50+, zeer opvallend)
Bloedrode heidelibel (15)
Bruine glazenmaker (40+)
Blauwe glazenmaker (zwermpje van 5 in de schaduw van een
elzenbosje)
Vroege glazenmaker (5 stuks)
Viervlek (5)
Gewone Oeverlibel (100+; vrouwtje kan door z’n vlekken
wel wat op witsnuitlibel lijken !)
Helaas moest ik bij de “nazit” in de Reidplum al snel
weg, dus de sterke verhalen heb ik gemist.

DELLEBUURSTER EXCURSIE 17 juni 2006 door Saakje B-C
Op de zonnige dag, zelden zó mooi, van 17-6-2006
beleefden wij, een groepje mannen en 2 vrouwen een
excursie o.l.v. Peter de Boer aan en op de Dellebuurster
heide. De missie was: Zoek en vindt de Leucorrhinia
albifrons of de Oostelijke witsnuitlibel. Deze was daar
verleden jaar in juli gezien en men hoopte hem er nu
weer aan te treffen. Wat dit jaar nog gebeuren kan weet
ik niet maar wij hebben hem deze keer niet getraceerd.
Mogelijk dat sommige mensen daarvan een nacht niet
hebben kunnen slapen, zo niet ik, daar er enorm veel
moois overbleef.
Peter
had ons eerst naar de "speelweide"van de libellen
gebracht. D.w.z. een beschutte plas waar "onze" Blue
Angels, Spitfires en F16s hun geluidloze show weg gaven.
(Het was 1 van de L'der vliegdagen). De grotere libellen
o.a. de Viervlek, Oeverlibel, Vroege glazenmaker,
Smaragdlibel en Metaalglanslibel cirkelden en wervelden
elkaar na over het water en joegen elkaar op tot hoog in
de bomen. Twee grote keizerlibellen bestreden elkaars
grondgebied. Hoewel de strijd soms furieus was vielen er
geen casualties. En de Venwitsnuiten dwarrelden rondom
ons, ons zo nu en dan als uitkijkpost of
opwarmingsplaats te benutten. In de hoge oevervegetatie
zaten verscheidene Azuurjuffers. Ook waren nog enkele
Vuurjuffers aanwezig.En over het water vooral bij de
biezen of russen patrouilleerden heel veel Watersnuffels
Dit bekijkende werden we getuige van een drama. De
reputatie van de man van de Watersnuffel staat bekend
als zijnde hoffelijk en Heer. Daar wanneer z'n eega
onder water haar dure plicht van eiafzet heeft volbracht
hij haar elegant het water uit lift. Maar hier verre van
dat. Hij probeert één keer, lukt niet. Hij probeert nog
een keer,'t lukt weer niet. Dan laat hij haar
doodgemoedereerd vallen! Ik voelde het vrouwtje
denken:"Gister voetbal kijken zuipen en schreeuwen en nu
hij zich net even voor z'n gezin in moet zetten, ho
maar. Hij laat mij letterlijk stikken. Wat een "kerel",
de slappeling." Het commentaar van één van de heren van
de kant:"Ja, hij moet z'n genen verbreiden". Alsof het
genen waren van enige waarde voor het voortbestaan. Bah!
De noordse witsnuit is nog door mensen gezien en ik heb
onmiskenbaar de Gevlekte witsnuit gezien.
Nu ik toch aan het schrijven ben wil ik jullie het
volgende niet onthouden. De Heer Bas v.d. Wetering heeft
een filmpje laten zien aan enkele mensen waaronder
ikzelf. Het filmpje ging over Weidebeekjuffers.Zoals
jullie bekend mag zijn, de reproductie van libellen is
gecompliceerd, maar libellen pakken dat zakelijk aan.
Dit i.t.t. beekjuffers die hier eerst heel wat
hofmakerij aan vooraf laten gaan. Dit terzijde. Het
ingenieuze van het hele verhaal voor mij was hoe beide
sexen elkaar te slim af trachten te zijn. Het innerlijke
geslachtsorgaan(tje) van de vrouwelijke Weidebeekjuffer
ziet er als volgt uit: Het is een hol rond bolletje of
zakje waar aan in de ene kant de eileider uitkomt.En aan
de andere kant van dit holletje zitten 2 kleine
doodlopende buisjes of kanaaltjes. Wel met een opening
naar binnen. Stel er komt nu een man in het spel en het
reservoirtje van het vrouwtje wordt gevuld met zaad of
sperma. En mogelijk ook in de communicerende buisjes.
Dit zaad heeft dus de mogelijkheid om te bevruchten.
Maar nu komt man 2. Deze heeft ook het plan om zijn
genen door dit vrouwtje te laten verbreiden. Deze 2 e
man deponeert zijn sperma niet eerder in haar holte
alvorens hij deze holte van voor hem ongewenste inhoud
gezuiverd heeft Hij bezit hiervoor een speciaal
schrapertje om dit leeg te schrapen. Maar nu de truc.
Zij kan haar communicerende buisjes afsluiten Hij kan
schrapen wat hij wil de buisjes krijgt hij niet leeg.
Ziehier optimale genenspreiding. Rest my case.
Verder hebben we over de Dellebuursterheide nog 2
plassen bezocht, maar geen andere soorten libellen meer
ontdekt. Het was voor mij een fijne dag.
Wel heb ik nog 1 prangende vraag:"Zijn er libellen die
roken?"
Waargenomen soorten:
Vroege Glazenmaker ca 5
Platbuik 5
Smaragdlibel ca 20
Gewone Oeverlibel 50
Grote Keizerlibel ca 15
Glassnijder 1 man
Venwitsnuitlibel 200+
Watersnuffel 1000+
Noordse Witsnuitlibel 5
Koraaljuffer 150
Gevlekte Witsnuitlibel 1
Vuurjuffer 5
Viervlek 250 +
Lantaarntje 5
Metaalglanslibel 1

Excursie naar de Noordse glazenmaker
(3 september 2005).
Afgelopen zondag was het dan zo ver, mijn eerste
libellen excursie. Zoon Arjen wou ook mee. Er waren nog
12 mensen aanwezig, die ieder op zijn eigen manier klaar
stond: met verrekijker, schepnet, en of fotocamera.
Arjen en ik gingen voor de libellen algemeen, maar de
meeste van de groep gingen echt voor de zeldzame Noordse
glazenmaker.
Aangekomen
bij een nieuw ven zagen we al gauw verschillende
Heidelibellen, Juffertjes en enkele Paardebijters. Door
Ronald en Anneke werden enkele verschillen verteld over
Juffers. Plotseling begon het wat rumoerig te worden, er
was een Venglazenmaker gezien of was het toch……Ja hoor
op een boom, twee meter hoog, zat de Noordse
glazenmaker, alle verrekijkers en telelenzen werden op
hem gericht. Later ving iemand nog één, zodat Ronald de
verschillen kon laten zien t.o.v. zijn tweeling broertje
de Venglazenmaker. Vandaar gingen we verder het bos in.
We stonden op een bruggetje te kijken naar het water dat
bijna rood was van de Knolrus. Er waren daar veel
Juffertjes en Heidelibellen.
Hap,
zei een grote Groene kikker, geen twee vliegen in één
klap,maar wel twee Zwarteheidelibellen.
Aangekomen
bij nog een ander ven gingen we ons verdelen in groepen
en wachten op de Noordse glazenmaker, een telling van
hoeveel er nu werkelijk zouden vliegen. Er werden wel
enkele geteld, maar hoofdzakelijk zagen we
Venglazenmakers, waarvan één prachtig op een boom ging
zitten en die werd dan ook uitbundig gefotografeerd en
bestudeerd. Tot onze grote verbazing kwam een andere
Venglazenmaker rechtstreeks op ons aanvliegen, daarna
volgde een aanranding op zijn soortgenoot. Hoe kon de
laatste Venglazenmaker nu weten, dat de andere
Venglazenmaker achter de boom zat? Was het misschien een
geluid? Of een geur? Of een ander zintuig waar wij
mensen nog nooit van gehoord hebben?
De
succesvolle excursie werd afgesloten en een ieder kon
terug zien op een bijzonder zeldzame dag.
Harry Bosma
(zie voor meer foto's de fotopagina)

Succesvolle excursie naar de Oostelijke witsnuitlibel (LEUCALBI)
in Friesland
Zondag 10 juli werd
door Peter de Boer / It Fryske Gea een excursie verzorgd
naar de vermoedelijke* voortplantingsplaats van de twee
weken geleden in Nederland (her)ontdekte Oostelijke
witsnuitlibel LEUCALBI. Tot en met zaterdag 9 juli waren
op deze plek tot 7 mannetjes en 2 ei-afzettende
vrouwtjes waargenomen. Op de oproep, die via LNN was
verstuurd, kwamen 33 geinteresseerden af, die onder een
aanlokkelijk zonnetje rond 10.30 uur naar de bewuste
plek, een fors ven, wandelden. Vantevoren was de groep
ingelicht over de omstandigheden rond de ontdekking, de
noodzaak dat de plek vooralsnog onbekend moet blijven
bij het grote publiek, de te verwachten soorten (de hoop
werd uitgesproken dat de plaatselijke lijst, 39 soorten
groot, zou kunnen worden opgeschroefd) en de verwachting
dat volgend jaar een dergelijke excursie opnieuw, maar
dan middenin de vliegtijd, kan worden gehouden.
De
liefhebbers werden door Peter geposteerd op een
verhoging aan de zuidwestkant van het ven, welke
verhoging enkele jaren geleden is gecreeerd toen het ven
van waterplanten werd ontdaan. Vanaf deze verhoging was
een goed overzicht over het ven mogelijk. Helaas stond
de wind zondag op de kant waar de waarnemers zich
bevonden, maar men had de zon in de rug en gelukkig was
er een tweetal mannetjes Oostelijke witsnuitlibel dat
herhaaldelijk tot op 15m over de plas kwam langsvliegen.
Met name met een drietal telescopen, maar ook met de
verrekijker, kon in de vlucht de blauwe berijping en
zelfs de witte achterlijfsaanhangsels worden
waargenomen. Eenmaal vloog een mannetje zelfs tussen wat
waarnemers door, om een seconde op een grashalm plaats
te nemen – te kort voor een foto helaas….
Andere soorten
aanwezig bij het ven waren Venwitsnuitlibel LEUCDUBI
(10+), Bruine glazenmaker AESHGRAN, een man Bloedrode
heidelibel SYMPSANG, Koraaljuffer CERITENE (algemeen),
Gewone pantserjuffer LESTSPON (opvallend weinig) en
Watersnuffel ENALCYAT. Ook erg spectaculair waren een
Adder en twee zwemmende Ringslangen, alsmede een man
Eikepage en veel Groot dikkopjes.
Spectaculair
was een vrouwtje Havik dat voor de ogen van de laatste
waarnemers een pootjebadende postduif sloeg en deze in
de plas verdronk. Daarna vloog nog een Wespendief over.
De Oostelijke
witsnuitlibellen werden waargenomen tussen ongeveer
11.50 en 14 uur, toen de meesten op huis of, beter nog,
op de nabijgelegen natuurgebieden aangingen (zie ook LNN
05:29 voor resultaten). Peter zag na 14 uur niets meer,
tot het moment dat om 16.45 uur een ei-afzettend
vrouwtje LEUCALBI kwam aangevlogen dat kort in de lucht
werd gepakt door een mannetje. Na het loslaten bewaakte
de man al dansend de vrouw tijdens de ei-afzet.
Alle aanwezigen
bedankten Peter (en het Fryske Gea) hartelijk voor de
geboden mogelijkheid om de soort te komen bewonderen en
spraken de hoop uit dat de excursie volgend jaar net
zo’n succes zal worden……….!
Remco Hofland & Peter
de Boer
platbuik@yahoo.com &
anax@home.nl
foto's - Karin Uilhoorn
* In de terminologie
van KD Dijkstra is een voortplantingsplaats niet
noodzakelijkerwijs de plek waar eitjes worden afgezet,
maar eerder de plek waar ook exemplaren uitlsuipen……..
PS 1 Na
zondag 10 juli werd op maandag 11 juli nog een copula
LEUCALBI, en op dinsdag 12 juli nog 10 minuten een man
gezien, daarna niets meer. We waren dus net op tijd…..

|