» Home » Excursies

11 september 2010 - Excursie Drents Friese Wold

De excursie naar het Drents Friese Wold , met wonderwel prachtig weer, een goede sfeer, een opkomst van maar liefst 17 mensen en als klapper een soortenlijst van 18 soorten, ondanks wekenlange regen waardoor op de meeste plekken haast geen libel meer te zien is, was zeker een bijzonder mooie afsluiter van het Friese libellenseizoen 2010. Ook het feit dat er steeds meer mensen van (ver!) buiten Friesland op onze excursies komen, beschouwen we als een hele leuke en positieve ontwikkeling!

Hieronder nog even de officiele waarnemingslijst: (SD = Schaopedobbe, SD1 = nat schraallandje SD2= rietven SD3= Schaopewaskerdobbe. DFW1= lisdoddeven kloosterweg, DFW2= hoogveentje kloosterweg)
Tengere pantserjuffer DFW1, DFW2, SD2
Tangpantserjuffer 1 man DFW1
Gewone pantserjuffer DFW1, SD2, SD3
Houtpantserjuffer DFW1, SD2
Bruine winterjuffer SD1 (2 exemplaren, vrouwtjes, in beschutte heiderandjes)
Noordse winterjuffer SD2 (1 vrouwtje in heide achter rietven)
Watersnuffel SD2, SD3
Lantaarntje SD1
Tengere grasjuffer SD1 (1 vrouwtje, zie foto Peter Ferwerda)
Koraaljuffer SD2 (toch nog een viertal exemplaren)
Bruinrode heidelibel overal, maar opvallend lage dichtheid
Steenrode heidelibel overal, maar opvallend lage dichtheid
Bloedrode heidelibel SD2
Zwarte heidelibel overal, maar opvallend lage dichtheid
Paardenbijter overal, redelijk algemeen
Venglazenmaker 1 zekere man SD2 (mogelijk een drietal ex), 1 mogelijke vr SD3
Bruine glazenmaker 1 man SD2
Grote keizerlibel 1 man SD2
Daarnaast nog een aantal interessante waarnemingen:
Mierenleeuw diverse kolonies SD3
jongbroed zonnebaars (5 gevangen) in SD3
Moerassprinkhaan, 5-10 tikkende mannen SD2
Kleine vuurvlinder enk ex SD
verse keutel Egel op zandpad SD
Boomleeuwerik SD
Kruisbek SD
Bosdroogbloem op zandpad SD (RL-soort)

 

 

 

 




Libellenexcursie van de Hynstebiter in it Ketliker Skar en Tsjongerdellen.

 10 juli 2010.

Een kleine groep libellenliefhebbers had zich om 1 uur ’s middags verzameld op het parkeerterreintje aan de Tjongervallei bij de Tsjongertoer. Het was op het warmste moment van de dag en de thermometer wees zo’n 30 graden aan. Op het parkeerterreintje vloog alleen een bruine glazenmaker zijn rondjes.

 Het was de bedoeling eerst in it Ketliker Skar enkele dobben op libellen te inspecteren en daarna naar de Tsjongerdellen te gaan, waar we hopelijk weer wat andere soorten zouden vinden. In het lange gras naar de dobbe toe vlogen de eerste azuurwaterjuffers, rond en in de dobbe erg veel.  Bij en boven de eerste de dobbe: grote keizerlibel, gewone oeverlibel (erg talrijk)  en viervlek. In de rand  eerst enkele gewone pantserjuffers, maar ook al vrij snel enkele tengere pantserjuffers. Soms zelfs naast elkaar te zien. Hier en daar een lantaarntje en een enkele zwarte en bloedrode heidelibel. Tenslotte hier nog een ♂ platbuik. Bij de volgende pas enkele jaren oude poel aangekomen vlogen vooral gewone oeverlibellen, maar ook een ♂ platbuik, 10 tallen watersnuffels en azuurwaterjuffers rond wat fonteinkruiden in de anders vrij kale plas. Boven het pas gemaaide grasland vloog een vroege glazenmaker en mogelijk een groene glazenmaker. Over die laatste waren de meningen wat verdeeld. Nog wat rond gekeken en nog een smargdlibel gezien. Uit een boom vloog een groep van maar liefst 30 kruisbekken en verder nog een witte ballon met een kaartje eraan met een groet uit het verre Rotterdam; de schotse hooglanders lagen puffend onder de bomen en namen niet de moeite ons te begroeten.

 We besloten naar de Tsjongerdellen te gaan. We dachten dat de wind daar wel wat verkoeling zou brengen , maar de wind was gaan liggen. Bij de eerste krabbenscheersloot aangekomen bleek dat bijna alle blauwe juffers, variabele waterjuffers waren. Verder vlogen hier gewone pantserjuffers, lantaarntjes en vroege glazenmakers die zich mooi lieten zien. Verder een enkele zwarte heidelibel en bloedrode heidelibel. Verder gelopen kwamen we bij een stuk waar de oude loop van de Tsjonger liep. Hier vlogen vooral weer gewone oeverlibellen, viervlekken, grote keizerlibel, maar ook smaragdlibel was hier aanwezig. We zagen onze eerste grote roodoogjuffers. Toen kwam er plotseling een rood gevaarte langs: vuurlibel, daarna kwam ie nog een keer mooi voorbij. Een perfect uitgekleurd ♂. Top!!! Verder langs de Tsjongermeander gelopen kwamen we nog een bruine korenbout ♂ tegen.(behoorlijk afgevlogen) Ook dit was weer een boppenslach, zoveel waarnemingen zijn er niet uit de Tsjongerdellen. Toen kwamen we bij een deel van de meander waar de volgende highlight zich aandiende: een ♀ groene glazenmaker die zichzelf  verried door al ritselent eitjes af te zetten op een krabbenscheerplant. In 10 minuten tijd telden we hier 7 ex., waarvan 3 eiafzettend ♀. We waren bijna het rondje rond toe we nog bij een petgat kwamen met heel leuke moerasvegetatie. Hier zouden we een punt breien aan de excursie toen er een glanslibel voorbij vloog: flavomac. riepen we in koor. De gevlekte glanslibel, wel op gehoopt, maar niet echt verwacht.

Tenslotte nog even bij de Madeweg gekeken waar op dit moment naar het schijnt veel weidebeekjuffers vliegen. Daar aangekomen inderdaad 100-den beekpronkjes. Na kort zoeken vonden we ook nog een ♀blauwe breedscheenjuffer. Verder vloog hier azuurwaterjuffer, lantaarntje, gewone pantserjuffer, gewone oeverlibel, bruine glazenmaker, vroege glazenmaker. Als bijzonderheid ook nog een ♂ bruine korenbout. 

10 juli 2010

 

Ketliker Skar

Tsjongerdellen

Linde, Madeweg

Weidebeekjuffer

Beekpronkje

-

-

> 400

Gewone pantserjuffer

Wetterhynderke

>25

>5

enkele

Tengere pantserjuffer

Lyts hynderke

>1-

-

-

Lantaarntje

Blausturtsjes

>5

>10

>5

Azuurwaterjuffer

Blaujufferke

>100

>5

enkele

Watersnuffel

Wettersneuperke

>100

enkele

-

Variabele waterjuffer

Sompejufferke

-

>25

-

Grote roodoogjuffer

Grut readeachje

-

>25

-

Blauwe breedscheenjuffer

Breedpoatsje

-

-

1

Vroege glazenmaker

Kylplakbiter

1

>25

1

Bruine glazenmaker

Brune biter

3

3

1

Groene glazenmaker

Ielstikelbiter

(1)

±10

-

Grote keizerlibel

Grutte keizer

>5

>5

1

Smaragdlibel

Brûnskop

1

>10

-

Gevlekte glanslibel

Sompegrienkop

-

1

-

Viervlek

Fjouwerflek

>25

>25

-

Platbuik

Wespbúkje

2

-

-

Bruine korenbout

Goudbúkje

-

1

1

Gewone oeverlibel

Kantsitter

>50

>50

>5

Bloedrode heidelibel

Bloedhopke

4

3

-

Zwarte heidelibel

Swart hopke

3

2

-

Vuurlibel

Fjoerbúkje

-

1

-

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tom, 11 juli 2010

Op  zoek  naar  de  Oostelijke  Witsnuitlibel (21 juni 2009)
kort verslag door Geert Boerma  , Capelle aan den IJssel   

 Ergens op de website van de Vlinderstichting staat het volgende te lezen :
Spectaculaire ontdekking oostelijke witsnuitlibel

Op  26  juni  2005  is in Friesland tijdens een excursie van de NJN de  oostelijke  witsnuitlibel  aangetroffen.

Dit is een buitengewoon spectaculaire waarneming, zeker omdat inmiddels is komen vast te staan dat het hier om een (zeer kleine en kwetsbare) populatie gaat. ( ... )

De soort werd als uitgestorven beschouwd in Nederland en is in heel Noordwest Europa buitengewoon zeldzaam.













 



Recentelijk deed zich de gelegenheid voor om onder leiding van een deskundige gids het betreffende leefgebied - een door bos omrand vennetje - in de regio Oldeberkoop te bezoeken.
Je moet wel heel enthousiast zijn om een retourtje Friesland te reizen vanuit Rotterdam of Vlissingen of Limburg voor  
1  libel.

Maar zulke types zijn het dus die zich op 21 juni 2009  verzamelen in Oldeberkoop , bij de kerk waarvan de originele Romaanse versie in de 13e eeuw werd gewijd aan  St. Bonifacius.
Helaas dreigt er regenachtig weer maar voorspellingen lijken te wijzen op “verbeteringen” na de middag.Onze gids meldt zich - de heer Peter de Boer - wiens dagelijkse werkzaamheden nauw zijn verbonden met  It Fryske Gea  ( = Het Friese Landschap ; verifieert u even uw correcte uitspraak bij een ‘oprjochte’ Fries).
Na zijn uitvoerige inleiding rijden we - twee dozijn natuurliefhebbers in 8 auto’s - in de richting van de plas. Wat Peter niet weet van de Delleboersterheide en omstreken kan makkelijk op een lucifersdoosje worden genoteerd.
Het landschap ter plaatse bestaat uit hoogveen waarin oude zandruggen omhoog komen.
Er is heide en er zijn waterpartijen. Hier werd al in de steentijd gewoond - in het stroomgebied van de Tjonger.

Bij het vennetje aangekomen lopen we in ganzenpas door een bosschage naar een kleine heuvelrug die, zo vertelt de gids,  bestaat uit materiaal dat nog vrij recentelijk bij het uitbaggeren uit het ven is gehaald. Het ven is toen in oude luister hersteld.

lees verder: Excursie Oostelijke witsnuitlibel 21 juni 2009



Libellenexcursie Wyldemerk 16 mei 2009

Een mooie zaterdagochtend in mei nodigt uit om de natuur in te trekken. Als dat dan ook nog een keer kan met Ep die je van alles kan vertellen over de libellenrijkdom van dit prachtige stukje Gaasterland heb je weinig meer te klagen. Nadat Ep alle excursiegangers  heeft weten te verzamelen (het blijft lastig te vinden als je van buiten Gaasterland komt, zeker de eerste keer) en een woord van welkom heeft gesproken, trekken we langs de bloeiende waterviolier het gebied in. We hebben nauwelijks onze eerste libellen bekeken, of daar trekt een hele groep mensen achter ons het gebied in. Ep slikt eens even; zoveel belangstelling voor mijn excursie? Het blijkt echter een IVN-groep uit Hilversum te zijn die heeft besloten Gaasterland te verkennen. (Uitstekende keuze denk ik als trotse Gaasterlander.) En een libellenreservaat laat je dan uiteraard niet links liggen. Na wat overleg (we willen elkaar niet in de weg lopen) gaan we ieder ons weegs.  

Het is nog maar net 11.00 uur geweest en veel libellen en juffers hangen nog wat op te warmen in de vegetatie. Eén van de eerste die we zien vliegen is meteen een gevlekte witsnuit. Vele soorten en steeds meer individuen volgen. Variërend van vuurjuffer tot azuurwaterjuffer en van Noordse witsnuit tot glassnijder.

We speuren de oeverbegroeiing af op zoek naar larvenhuidjes en vinden opvallend veel huidjes van de grote keizerlibel. Hoewel, huidjes. Het zijn eigenlijk knapen van larven. Je kunt je zo maar voorstellen dat geen kikkervis veilig is voor deze geweldenaars. Gewapend met hun uitklapbare kaken zijn het de haaien en barracuda's van onze binnenwatertjes. In tegenstelling tot de aantallen huidjes zien we slechts een stuk of drie imago's rondvliegen.

En dan, plotseling de smaragdlibel. Prachtig glimmend met een knotsvormig achterlijf en groene ogen. En nog één, en nog één, en , ho, dat is een viervlek. Sommige smaragdlibellen laten zich herkennen aan een gekromd achterlijfje.

Even verderop zien we een vrouwtje platbuiklibel. De Friese naam Wespbúkje is treffend; ze is zo maar te verwarren met de flink uit de kluiten gegroeide hoornaar. Als slagroom op het toetje volgt dan nog een prachtig exemplaar van de vroege glazenmaker, te herkennen aan de "gele spijker" op de rug. (Dat heeft de paardenbijter overigens ook, maar die vliegt véél later.) 

Ep legt ons de keuze voor om nog wat andere plekken in de Wyldemerk te gaan bekijken, of te verkassen naar het vennetje in de vlakbijgelegen Star Numanbossen. Echter, hij houdt zo'n enthousiast verhaal over dat ven, dat van een keuze eigenlijk geen sprake meer is.  

Bij het ven aangekomen, genieten we allereerst van de prachtige aanblik. SBB heeft hier midden in het bos een tijd terug een mooi groot ven laten graven met aan de noordkant een grote moerassige zone. Er groeit veel struikheide omheen. We zien niet meer soorten libellen dan we reeds in de Wyldemerk hebben gezien, maar in de slootjes die aantakken op het ven zit veel begroeiing. Het blijkt een geweldige plek te zijn voor viervlekken om hier uit te sluipen. Je kunt hier alle stadia van het uitsluipen bewonderen. Hoe beter je kijkt, hoe meer je er ziet. 

Het is inmiddels na 13.00 uur en Ep beëindigt de excursie. Er zijn in de loop van de ochtend steeds meer stapelwolken ontstaan en de lucht is inmiddels behoorlijk dichtgetrokken. We hebben onze tijd goed benut.

Bedankt Ep.

 Lijst van waargenomen soorten met indicatie van aantallen:

Gevlekte witsnuit (1 vrouwtje)
Venwitsnuit
Noordse witsnuit (15)
Vuurjuffer (honderden)
Azuurwaterjuffer (honderden)
Lantaarntje
Glassnijder (25)
Groter keizerlibel (3)
Viervlek (> 100)
Smaragdlibel (10)
Platbuik (1 vrouwtje)
Vroege glazenmaker (1) 

(Argusvlinder (1))

Ronald Schouten



Verslag Hynstebiter excursie 21 oktober 2006

Noordse winterjuffers in de Blesdijkerheide (s).


Na een aantal illustere voorgangers nu aan mij de eer een kort verslagje toe te voegen van de excursie naar bovengenoemd gebied waar de noordse winterjuffer (Sympecma paedisca) al jaren wordt gevolgd door Ronald en Anneke. Het was zo’n 17 graden en bewolkt toen we eerst ten noordoosten van de Friese veldweg (die later zou worden overgenomen door een gestaag doorstromende meest uit wat oudere mensen bestaande wandelgroep onder de naam FLAL, waarvan een aantal geheimzinnige kleine bordjes langs de paden stonden) het stukje afgeplagde heide optogen. Een klein groepje van 7 personen (harde kern van peter, ep, ronald en anneke en verder saakje borgher-couperus, gerrit jellema en henk jansen) had zich om 11u bij de ingang verzameld (om 12 u kwam er verder niemand bij).
Bijzonder om te vermelden, hoewel het wellicht de doorge(noordse)winterde libellen- liefhebber maar matig zal interesseren, dat hier een groeiplaats van de echte guldenroede is (solidago virgaurea). Dit is een rode lijst soort (RL 3) die zich na het plaatselijke plaggen ook blijkt te vermeerderen (slechts in 5 hokken van de Atlas fan de Flora fan Fryslân voorkomend in 1977).
We struinen de pijpenstrootje randen af en al redelijk snel wordt de eerste winterjuffer gemeld. Er wordt aan deze kant niet stelselmatig door Ronald en Anneke geteld maar een vorige keer (2 weken geleden) had hij er toch een dertig geteld. Wij kwamen nu tot 26 exemplaren. Vooral toen de zon doorbrak en de temperatuur steeg werden er snel meer gezien. Het aantal vrouwtjes leek groter dan dat van de mannetjes, hoewel we dit niet systematisch hebben bijgehouden. Bijzonder ook om te zien hoe sommige na verstoring (of opwarming door Peter, die er 1 ving) meteen schuin tegen de wind omhoog vlogen om op flinke hoogte (ter hoogte van een jonge eik) door de wind te worden meegevoerd het gebied uit. Bij het van dichtbij bekijken waren ook goed de tekening op het borststuk en het patroon op het lichaam mooi te zien. Het bekeken exemplaar had al blauwe kleuren bij de vleugelaanhechting, verder waren ze bleek tot donkerbruin van kleur (een enkele zelfs wat paarsachtig). De meeste werden tussen de pijpenstro gezien; echter ook enkele op brem. Ook werden hier nog kleine vuurvlinder, bont zandoogje en gehakkelde aurelia gezien.
Overkant. Aan de zuidwestkant van de Friese veldweg is een groter stuk heide aanwezig, wat gedeeltelijk geplagd is. Hier een bijzonder fraai vochtige heide vegetatie met erg veel klokjesgentiaan (nog bloeiend op 21 oktober!, zie foto hieronder), locaal massaal beenbreek (foto) en verder veel kiemend dophei, struikhei en pijpenstrootje. Ook de veenbies komt er plaatselijk veel voor. In laagtes komt veenmos, knolrus en waternavel voor. Het terrein bestaat uit een geplagd deel met een laagte, een kaal deel met aan het einde een bremstruweel. Dan komt een slootje en aan de andere kant ligt nog een stuk met geplagd en ongeplagde delen. Totaal komen we hier tot 142 noordse winterjuffers (2 weken daarvoor telde Ronald en Anneke er 166). De meeste aan de overzijde van de sloot (106). Een bijzonder methode is het naast elkaar de heide overlopen (allemaal met een lange stok gewapend) om zo de winterjuffers te bewegen op te vliegen. Op deze manier kun je wel eens één dubbel tellen, maar je mist waarschijnlijk ook een aantal. Overige soorten libellen zijn de zwarte heidelibel en de steenrode heidelibel. Net toen we met de laatste telling klaar waren, kwamen er zwarte wolken aandrijven en leek een flinke bui op komst. Teruglopende langs het bospad bleek dit laatste mee te vallen en terwijl de stroom wandelaars van de FLAL gestaag doorliep werden nog enkele belangwekkende onderwerpen (Salomo, mot met biggen, magnetiseren van water, termietenheuvels en temperatuur,etc) doorgenomen totdat we om 2 uur ongeveer een punt zetten achter deze leuke excursie. Hj

Excursie Blesdijkerheide 21 oktober 2006 

zie voor foto's de fotopagina


Excursie Alde Feanen 15 juli 2006 – Frank Kwant

Mijn eerste excursie met de Hynstebiter, mijn tweede libellenexcursie ooit en dan al het verslag mogen schrijven: een bliksemcarrière ! En een reünie, want toen Peter (2m) een weelderig begroeide sloot inspecteerde, herinnerde ik mij die eerste libellenexcursie. Toen kwamen wij een jonge libellenkenner in de dop (dat seizoen door Peter opgeleid, meen ik) tegen, die ons op een witsnuitlibel wees. Peter ging uit z’n dak (> 2m): de eerste waarneming van een witsnuitlibel in de Alde Feanen. Dat was dus 3 jaar geleden, want inmiddels heb ik uit de Hynstebiter-Nieuwsbrief begrepen zijn de witsnuitlibellen in diverse soorten bijna alledaagse waarnemingen geworden. En laat nu de jonge libellenkenner van toen ook nu aanwezig zijn (Remco Hiemstra), Deze keer is hij speciaal aanwezig om metaalglanslibellen te spotten, die hij eerder op de Noorderleech heeft ontdekt. En dat lukt ook ! De eerste metaalglanslibel van de Alde Feanen ?! Kortom er werd op zaterdag 15 juli 2006 in het Wikelslan van de Alde Feanen wederom geschiedenis geschreven. En op beeld vastgelegd, want – naar ik begrepen heb – was ook een beroeps natuurfotograaf, Tom Oord, mee met deze excursie. En daarnaast natuurlijk de Hynstebiter-leden, die hun kennis verder hebben aangescherpt.
Wat zagen wij verder ? Heel bijzonder was de Groene glazenmaker, die Peter met de hand kon vangen, omdat ie eruit zag als een softenonbaby: met een verschrompelde vleugelstomp en een ingeslagen oog. Volgens Peter een vers exemplaar, dat de verminkingen had opgelopen bij het uitvliegen. Boven het geïsoleerde krabbescheerplasje vlogen een drietal mannetjes. We zagen 15 soorten: de Metaalglanslibel en de Groene glazenmaker noemde ik al. De overige 13 volgen hieronder:
Houtpantserjuffer (10)
Gewone pantserjuffer (25+)
Variabele waterjuffer (50+)
Lantaarntje (15)
Grote roodoogjuffer (10) op gele plomp
Bruinrode heidelibel (1x- Ep van Hijum en Peter de Boer moeten nog uitmaken of ie ’t was)
Steenrode heidelibel (25)
Geelvlek heidelibel (50+, zeer opvallend)
Bloedrode heidelibel (15)
Bruine glazenmaker (40+)
Blauwe glazenmaker (zwermpje van 5 in de schaduw van een elzenbosje)
Vroege glazenmaker (5 stuks)
Viervlek (5)
Gewone Oeverlibel (100+; vrouwtje kan door z’n vlekken wel wat op witsnuitlibel lijken !)

Helaas moest ik bij de “nazit” in de Reidplum al snel weg, dus de sterke verhalen heb ik gemist.
 

DELLEBUURSTER EXCURSIE 17 juni 2006 door Saakje B-C

Op de zonnige dag, zelden zó mooi, van 17-6-2006 beleefden wij, een groepje mannen en 2 vrouwen een excursie o.l.v. Peter de Boer aan en op de Dellebuurster heide. De missie was: Zoek en vindt de Leucorrhinia albifrons of de Oostelijke witsnuitlibel. Deze was daar verleden jaar in juli gezien en men hoopte hem er nu weer aan te treffen. Wat dit jaar nog gebeuren kan weet ik niet maar wij hebben hem deze keer niet getraceerd. Mogelijk dat sommige mensen daarvan een nacht niet hebben kunnen slapen, zo niet ik, daar er enorm veel moois overbleef.

Peter had ons eerst naar de "speelweide"van de libellen gebracht. D.w.z. een beschutte plas waar "onze" Blue Angels, Spitfires en F16s hun geluidloze show weg gaven. (Het was 1 van de L'der vliegdagen). De grotere libellen o.a. de Viervlek, Oeverlibel, Vroege glazenmaker, Smaragdlibel en Metaalglanslibel cirkelden en wervelden elkaar na over het water en joegen elkaar op tot hoog in de bomen. Twee grote keizerlibellen bestreden elkaars grondgebied. Hoewel de strijd soms furieus was vielen er geen casualties. En de Venwitsnuiten dwarrelden rondom ons, ons zo nu en dan als uitkijkpost of opwarmingsplaats te benutten. In de hoge oevervegetatie zaten verscheidene Azuurjuffers. Ook waren nog enkele Vuurjuffers aanwezig.En over het water vooral bij de biezen of russen patrouilleerden heel veel Watersnuffels Dit bekijkende werden we getuige van een drama. De reputatie van de man van de Watersnuffel staat bekend als zijnde hoffelijk en Heer. Daar wanneer z'n eega onder water haar dure plicht van eiafzet heeft volbracht hij haar elegant het water uit lift. Maar hier verre van dat. Hij probeert één keer, lukt niet. Hij probeert nog een keer,'t lukt weer niet. Dan laat hij haar doodgemoedereerd vallen! Ik voelde het vrouwtje denken:"Gister voetbal kijken zuipen en schreeuwen en nu hij zich net even voor z'n gezin in moet zetten, ho maar. Hij laat mij letterlijk stikken. Wat een "kerel", de slappeling." Het commentaar van één van de heren van de kant:"Ja, hij moet z'n genen verbreiden". Alsof het genen waren van enige waarde voor het voortbestaan. Bah!
De noordse witsnuit is nog door mensen gezien en ik heb onmiskenbaar de Gevlekte witsnuit gezien.

Nu ik toch aan het schrijven ben wil ik jullie het volgende niet onthouden. De Heer Bas v.d. Wetering heeft een filmpje laten zien aan enkele mensen waaronder ikzelf. Het filmpje ging over Weidebeekjuffers.Zoals jullie bekend mag zijn, de reproductie van libellen is gecompliceerd, maar libellen pakken dat zakelijk aan. Dit i.t.t. beekjuffers die hier eerst heel wat hofmakerij aan vooraf laten gaan. Dit terzijde. Het ingenieuze van het hele verhaal voor mij was hoe beide sexen elkaar te slim af trachten te zijn. Het innerlijke geslachtsorgaan(tje) van de vrouwelijke Weidebeekjuffer ziet er als volgt uit: Het is een hol rond bolletje of zakje waar aan in de ene kant de eileider uitkomt.En aan de andere kant van dit holletje zitten 2 kleine doodlopende buisjes of kanaaltjes. Wel met een opening naar binnen. Stel er komt nu een man in het spel en het reservoirtje van het vrouwtje wordt gevuld met zaad of sperma. En mogelijk ook in de communicerende buisjes. Dit zaad heeft dus de mogelijkheid om te bevruchten. Maar nu komt man 2. Deze heeft ook het plan om zijn genen door dit vrouwtje te laten verbreiden. Deze 2 e man deponeert zijn sperma niet eerder in haar holte alvorens hij deze holte van voor hem ongewenste inhoud gezuiverd heeft Hij bezit hiervoor een speciaal schrapertje om dit leeg te schrapen. Maar nu de truc. Zij kan haar communicerende buisjes afsluiten Hij kan schrapen wat hij wil de buisjes krijgt hij niet leeg. Ziehier optimale genenspreiding. Rest my case.

Verder hebben we over de Dellebuursterheide nog 2 plassen bezocht, maar geen andere soorten libellen meer ontdekt. Het was voor mij een fijne dag.

Wel heb ik nog 1 prangende vraag:"Zijn er libellen die roken?"

Waargenomen soorten:
Vroege Glazenmaker ca 5        Platbuik 5
Smaragdlibel ca 20                 Gewone Oeverlibel 50
Grote Keizerlibel  ca 15           Glassnijder 1 man
Venwitsnuitlibel 200+              Watersnuffel 1000+
Noordse Witsnuitlibel 5            Koraaljuffer 150
Gevlekte Witsnuitlibel 1            Vuurjuffer  5
Viervlek 250 +                        Lantaarntje 5
Metaalglanslibel 1

 

Excursie naar de Noordse glazenmaker (3 september 2005).

Afgelopen zondag was het dan zo ver, mijn eerste libellen excursie. Zoon Arjen wou ook mee. Er waren nog 12 mensen aanwezig, die ieder op zijn eigen manier klaar stond: met verrekijker, schepnet, en of fotocamera. Arjen en ik gingen voor de libellen algemeen, maar de meeste van de groep gingen echt voor de zeldzame Noordse glazenmaker.

Aangekomen bij een nieuw ven zagen we al gauw verschillende Heidelibellen, Juffertjes en enkele Paardebijters. Door Ronald en Anneke  werden enkele verschillen verteld over Juffers. Plotseling begon het wat rumoerig te worden, er was een Venglazenmaker gezien of was het toch……Ja hoor op een boom, twee meter hoog, zat de Noordse glazenmaker, alle verrekijkers en telelenzen werden op hem gericht. Later ving iemand nog één, zodat Ronald de verschillen kon laten zien t.o.v. zijn tweeling broertje de Venglazenmaker. Vandaar gingen we verder het bos in. We stonden op een bruggetje te kijken naar het water dat bijna rood was van de Knolrus. Er waren  daar veel Juffertjes en Heidelibellen.

Hap, zei een grote Groene kikker, geen twee vliegen in één klap,maar wel twee Zwarteheidelibellen. Aangekomen bij nog een ander ven gingen we ons verdelen in groepen en wachten op de Noordse glazenmaker, een telling van hoeveel er nu werkelijk zouden vliegen. Er werden wel enkele geteld, maar hoofdzakelijk zagen we  Venglazenmakers, waarvan één prachtig op een boom ging zitten en die werd dan ook uitbundig gefotografeerd en bestudeerd. Tot onze grote verbazing kwam een andere Venglazenmaker rechtstreeks op ons aanvliegen, daarna volgde een aanranding op zijn soortgenoot. Hoe kon de laatste Venglazenmaker nu weten, dat de andere Venglazenmaker achter de boom zat? Was het misschien een geluid? Of een geur? Of een ander zintuig waar wij mensen nog nooit van gehoord hebben?

De succesvolle excursie werd afgesloten en een ieder kon terug zien op een bijzonder zeldzame dag.

Harry Bosma

(zie voor meer foto's de fotopagina)


Succesvolle excursie naar de Oostelijke witsnuitlibel (LEUCALBI) in Friesland


Zondag 10 juli werd door Peter de Boer / It Fryske Gea een excursie verzorgd naar de vermoedelijke* voortplantingsplaats van de twee weken geleden in Nederland (her)ontdekte Oostelijke witsnuitlibel LEUCALBI. Tot en met zaterdag 9 juli waren op deze plek tot 7 mannetjes en 2 ei-afzettende vrouwtjes waargenomen. Op de oproep, die via LNN was verstuurd, kwamen 33 geinteresseerden af, die onder een aanlokkelijk zonnetje rond 10.30 uur naar de bewuste plek, een fors ven, wandelden. Vantevoren was de groep ingelicht over de omstandigheden rond de ontdekking, de noodzaak dat de plek vooralsnog onbekend moet blijven bij het grote publiek, de te verwachten soorten (de hoop werd uitgesproken dat de plaatselijke lijst, 39 soorten groot, zou kunnen worden opgeschroefd) en de verwachting dat volgend jaar een dergelijke excursie opnieuw, maar dan middenin de vliegtijd, kan worden gehouden.
De liefhebbers werden door Peter geposteerd op een verhoging aan de zuidwestkant van het ven, welke verhoging enkele jaren geleden is gecreeerd toen het ven van waterplanten werd ontdaan. Vanaf deze verhoging was een goed overzicht over het ven mogelijk. Helaas stond de wind zondag op de kant waar de waarnemers zich bevonden, maar men had de zon in de rug en gelukkig was er een tweetal mannetjes Oostelijke witsnuitlibel dat herhaaldelijk tot op 15m over de plas kwam langsvliegen. Met name met een drietal telescopen, maar ook met de verrekijker, kon in de vlucht de blauwe berijping en zelfs de witte achterlijfsaanhangsels worden waargenomen. Eenmaal vloog een mannetje zelfs tussen wat waarnemers door, om een seconde op een grashalm plaats te nemen – te kort voor een foto helaas….

Andere soorten aanwezig bij het ven waren Venwitsnuitlibel LEUCDUBI (10+), Bruine glazenmaker AESHGRAN, een man Bloedrode heidelibel SYMPSANG, Koraaljuffer CERITENE (algemeen), Gewone pantserjuffer LESTSPON (opvallend weinig) en Watersnuffel ENALCYAT. Ook erg spectaculair waren een Adder en twee zwemmende Ringslangen, alsmede een man Eikepage en veel Groot dikkopjes.

Spectaculair was een vrouwtje Havik dat voor de ogen van de laatste waarnemers een pootjebadende postduif sloeg en deze in de plas verdronk. Daarna vloog nog een Wespendief over.

De Oostelijke witsnuitlibellen werden waargenomen tussen ongeveer 11.50 en 14 uur, toen de meesten op huis of, beter nog, op de nabijgelegen natuurgebieden aangingen (zie ook LNN 05:29 voor resultaten). Peter zag na 14 uur niets meer, tot het moment dat om 16.45 uur een ei-afzettend vrouwtje LEUCALBI kwam aangevlogen dat kort in de lucht werd gepakt door een mannetje. Na het loslaten bewaakte de man al dansend de vrouw tijdens de ei-afzet.

Alle aanwezigen bedankten Peter (en het Fryske Gea) hartelijk voor de geboden mogelijkheid om de soort te komen bewonderen en spraken de hoop uit dat de excursie volgend jaar net zo’n succes zal worden……….!

Remco Hofland & Peter de Boer
platbuik@yahoo.com & anax@home.nl
foto's - Karin Uilhoorn


* In de terminologie van KD Dijkstra is een voortplantingsplaats niet noodzakelijkerwijs de plek waar eitjes worden afgezet, maar eerder de plek waar ook exemplaren uitlsuipen……..

PS 1 Na zondag 10 juli werd op maandag 11 juli nog een copula LEUCALBI, en op dinsdag 12 juli nog 10 minuten een man gezien, daarna niets meer. We waren dus net op tijd…..


 

Excursie 3 juli 2005

We verzamelen om 12.00 uur op de parkeerplaats van het Bezoekerscentrum te Appelscha.Omdat Peter de Boer verhinderd was namen Ronald van Seijen en Anneke Hofstra de excursie op zich.We besloten om met het terrein naast het Bezoekerscentrum te beginnen omdat we er al eerder leuke soorten gezien hadden.                                 Het plan was om dan nog door te gaan  naar een ven verderop. Helaas hebben we dat niet meer gehaald omdat er al erg veel te zien was op dit kleine veldje en de tijd erg snel voorbijging.

De volgende soorten hebben we daar aangetroffen, naar mijn idee een leuke lijst:

- Tangpantserjuffer                 30+ waarvan zeker 10 tandems
- Tengere pantserjuffer           1
- Zwervende pantserjuffer       1
- Azuurwaterjuffer                15
- Watersnuffel                     100+
- Lantaarntje                        30
- Tengere Grasjuffer               1
- Koraaljuffer                         1
- Grote Keizerlibel                 2 vrouwtjes ei-afzet, 3 mannetjes
- Smaragdlibel                      1
- Viervlek                            15
- zwarte Heidelibel                5
- Bruinrode Heidelibel          15
- Gewone Oeverlibel              5
- Bruine Glazenmaker           2

zie voor foto's fotopagina

  
 
 
 © hynstebiter.nl Disclaimer · Contact · Home