|
Biotoop
Verlandingszones in de laagveenmoerassen, vaak in
sloten of petgaten met Krabbenscheer. Heldere,
ondiepe, matig voedselrijke, rijk begroeide en
beschut gelegen wateren. Soms in bosplassen met een
mooie verlandingsgordel op de zandgronden. Heeft
buiten Nederland een breder biotoopspectrum
(vijvers, weilandpoelen, voedselrijke stroompjes).
|
|
Verspreiding & ecologie
Uiterst zeldzaam in Friesland! In de Wieden en de
Weerribben (O.) plaatselijk een vrij algemene soort.
Voortplanting in Friesland alleen vastgesteld in
Rottige Meenthe en Wyldemerk (niet op kaart). In
2003 en 2004 zijn mannetjes gezien in de Alde Feanen.
Opvallend is de afwezigheid in de goed onderzochte
Lindevallei. Er zijn ook enkele waarnemingen bekend
van het Katlijker Schar, de Dellebuursterheide (niet
op kaart) en een onbevestigde waarneming uit het
Ottema-Wiersmareservaat. De soort maakt soms
zwerftochten en kan dan in geschikte gebieden opeens
opduiken.
Tips en onderzoek
Uitgekleurde mannetjes zijn goed te herkennen aan de
citroengele vlek op segment 7. Vrouwtjes zijn breed
gebouwd met grote brede geelbruine vlekken. Jonge
mannetjes en vrouwtjes kunnen verward worden met de
Noordse witsnuitlibel! Waarnemingen van deze soort
dienen bevestigd te worden met een foto of goede
beschrijving. Door de lage dichtheden en korte
vliegtijd een moeilijk te inventariseren soort. Het
is niet onmogelijk dat er in Friesland soms
zwervende dieren of zelfs kleine populaties aanwezig
zijn, die over het hoofd worden gezien. Na een
achteruitgang gaat het de laatste jaren weer wat
beter met de Gevlekte witsnuitlibel. Mogelijk komt
de soort op meer plaatsen voor in Friesland dan
wordt aangenomen. Zoek in de vliegtijd goed op mooie
bosvennetjes en de laagveenmoerassen. Waarschijnlijk
zit er ergens in de Alde Feanen een kleine populatie
verstopt. Wie ontdekt waar precies?
|