|
Biotoop
De Noordse winterjuffer maakt gebruik van
verschillende elementen van het landschap in diverse
levensfasen. Voortplanting lijkt vooralsnog
uitsluitend in de Weerribben (petgaten en sloten met
Riet, Krabbenscheer en Kleine lisdodde) en de
Kuinderplas (matig voedselarm, helder water met
uitgebreide rietvegetatie en Kleine lisdodde) plaats
te vinden. In de nazomer, herfst en winter op
beschutte legakkers naast elzenbroekbos in
laagveenmoeras en in heidegebieden op de hogere
zandgronden in beschutte bosranden op
Pijpenstrootje.
|
|
Verspreiding & ecologie
Vooral in de herfst vrij algemeen in de Lendevallei.
Daarnaast in lage dichtheden verspreid aanwezig in
beschutte heidegebieden in de Zuidoosthoek. Er vindt
al enige jaren onderzoek plaats naar de ecologie van
dit bijzondere juffertje. Er is vastgesteld dat de
soort lange zwerftochten onderneemt, waarbij de
windrichting van belang is. Bij zuidwestenwinden in
de nazomer vliegen de dieren stapsgewijs vanuit de
Weerribben naar Fryslân en Drenthe om daar te
overwinteren. Voortplanting in Fryslân is nog niet
vastgesteld, maar lijkt in de nabije toekomst
aannemelijk. De beste kans op voortplantende dieren
bestaat in de Lendevallei en de Rottige Meenthe.
Vooralsnog is onze provincie een belangrijk
overwinteringsgebied voor de Noordse winterjuffer.
De noordelijkste vondst tot nu toe ligt bij
Lippenhuizen. De aantallen in Fryslân nemen sinds de
(her)ontdekking in 2001 jaarlijks nog steeds toe. De
soort is in West-Europa uiterst zeldzaam en zwaar
beschermd (Habitatrichtlijn, Bijlage II en IV).
Tips voor onderzoek
Door de verborgen levenswijze en onopvallende
tekening en gedrag valt deze juffer in het veld
nauwelijks op. Gerichte zoektochten hebben in 2001
en 2002 veel nieuwe vindplaatsen opgeleverd. Het
verspreidingskaartje geeft een redelijk beeld van de
huidige verspreiding, maar is waarschijnlijk nog
incompleet. Winterjuffers zijn in de nazomer en
herfst (vaak ver van water) te vinden in beschutte
bosrandjes op Pijpenstrootje. Let goed op
bleekbruine juffers die uit deze vegetatie opvliegen
en kijk goed naar de zijkant van het borststuk
(onderscheid met Bruine winterjuffer). Omdat het een
zeldzame soort betreft is bewijs in de vorm van een
foto of goede beschrijving gewenst. Zoek eens goed
naar deze winterjuffer in het Grote-merengebied (o.a.
Bombrekken), Gaasterland en de Alde Feanen. Om
voortplanting vast te stellen letten op territoriale
mannetjes of paringswielen langs de waterkant (april
en mei) en op verse dieren in de uitsluipperiode
(eind juli – begin augustus). Uitgekleurde dieren
hebben paarsblauwe ogen en de mannetjes kunnen
‘wipstaarten’. Maak aantekeningen van kleur,
tekening en gedrag!
|