|
Verspreiding & ecologie
In de Zuidoosthoek plaatselijk een algemene soort.
Grootste aantallen in mei. Op bepaalde vindplaatsen
is de soort jaarlijks met 100-en exemplaren aanwezig
(Dellebuursterheide, Lippenhuisterheide, Bakkeveen,
Beetsterzwaagse bossen, Drents-Friese Wold).
Daarbuiten duidelijk zeldzamer. In de
laagveengebieden worden geregeld kleine populaties
aangetroffen (Alde Feanen, Ottema-Wiersmareservaat,
Oosterschar en Lindevallei). Ook op de
Waddeneilanden gevonden. Wordt zelden als zwerver
buiten de voortplantingsgebieden aangetroffen.
Tips en onderzoek
De populaties in de laagveengebieden zijn
interessant! Let daar goed op witsnuitlibellen. Zit
de soort soms nog op meer plaatsen buiten de
zandgronden. Hoe belangrijk is de aanwezigheid van
veenmossen voor deze soort? Plant de soort zich
voort op de eilanden? Geef zwervers buiten de
voortplantingsgebieden door! Wat is de huidige
status van de Noordse witsnuitlibel in het
Fochteloërveen? Let goed op of de zeldzamere
Venwitsnuitlibel niet aanwezig is op een vindplaats
van de Noordse (zie ook deze soort). Het aantal
km-hokken lijkt nog wat aan de lage kant. Moet op de
meeste bos- en heidevennen op de zandgronden te
vinden zijn.
|