» Home » Onderzoeken
 

Noordse winterjuffers zoeken in het voorjaar

 Noordse winterjuffers zijn bijzondere diertjes, in plaats van lekker in het voorjaar uit te sluipen en eitjes af te zetten hebben ze er voor gekozen om al vanaf eind juli tot eind augustus uit te sluipen. Zo’n 7 tot 8 maanden duurt het voordat het weer het toelaat om te beginnen met de voortplanting. Ze moeten in die periode zware omstandigheden doorstaan zoals sneeuw, hagel en storm. Dit doen ze natuurlijk om het gat op te vullen waar libellenliefhebbers maandenlang mee te kampen hebben als de zomerlibellen niet vliegen. Dat is best wel aardig van ze, en het minst wat we terug kunnen doen is ze in de voortplantperiode even op te zoeken om ze te bedanken.

 Ook zou het onderzoek wat al sinds de herontdekking van de Noordse winterjuffers in 1997 gaande is enorm veel baat hebben bij meer waarnemers die in hun omgeving in het voorjaar een paar interessante plekjes af zouden zoeken. Het verspreidingsgebied van de libel in NO Nederland is erg groot en er zijn tegenwoordig nog maar een handjevol onderzoekers actief bezig met het zoeken om winterjuffers.

Lijkt het je leuk om bij te dragen aan het onderzoek, mail dan je waarnemingen door naar:

ronaldbonne@hotmail.com

Heb je vragen .................... vervolg

Natuurvriendelijk waterwerk - Leeuwarder Courant 1 oktober 2008

Jaarverslag Groene Glazenmaker 2006 - derde fase
(E.P. de Boer)
Monitoringroutes bij Jaarverslag 2006 Groene Glazenmaker
Populatiegroottes behorend bij Jaarverslag 2006 Groene Glazenmaker

Inventarisatieverslag 2006 - De Deelen
(Gerrit Jellema)

Inventarisatieverslag 2007 De Deelen
(Gerrit Jellema)

Inventarisatieverslag Kraanlannen- Groene Glazenmaker 2007
(Gerrit Jellema)

Inventarisatieverslag Kapellepole 2005-2007
(Gerrit Jellema)

Inventarisatieverslag H.B. Jonkerweg - 2006
(Gerrit Jellema)

Inventarisatieverslag Landgoed Pauwenburg 2005-2007
(Gerrit Jellema)


Overzicht van de libellen in de Wyldemerk 2003 - 2007
(ep van hijum)

Overzicht soorten 2004-2007 Golfbaan te Oudemirdum
(ep van hijum)

Overzicht soorten van de Rottige Meente 2005-2007
(peter de boer)

Hulstreed 2007
(franciscus koopman en john zijlstra)

Schuregaasterveld 2007
(franciscus koopman en john zijlstra)

Rottige Meente en Brandemeer 2005-2007
(peter de boer)



Bruine Korenbout
foto:Franciscus Koopman


In 2007 verscheen van Boer, E.P. de: De Oostelijke witsnuitlibel in Friesland  2005-2006. It Fryske Gea, Olterterp/Landschapsbeheer Friesland, Beetsterzwaag, 2007.

Het rapport kan besteld worden bij It Fryske Gea te Olterterp.

Dit rapport kunt u ook downloaden als pdf bestand, maar in dit bestand zijn niet alle fotp's opgenomen. Een volledi verslag zult u dus moeten bestellen. De onderzochte gebieden kunt u als speciaal bestand downloaden. 

Rapport Oostelijke witsnuitlibel

zoekgebieden albifrons

GROENE GLAZENMAKER

Alle gebiedskaarten uit de publicatie "De groene glazenmaker en de krabbenscheerlevensgemeenschap in Friesland"  door E.P. de Boer kunt bestellen bij Peter de Boer / beureau Faunax.

De publicatie is een uitgave van: Landschapsbeheer Friesland (Commissieweg 15, 9244 GB Beetsterzwaag; www.landschapsbeheerfriesland.nl)



UURHOKKENPROJECT HYNSTEBITER


Met dit nieuwe project wil de Friese libellenwerkgroep "De Hynstebiter"  op systematische wijze de uurhokken (hokken van 5x5 km) van Friesland inventariseren op libellen. Het uiteindelijke doel van dit project is het verkrijgen van een provinciedekkend overzicht van voorkomende libellensoorten om daarna een definitieve verspreidingsatlas van de libellen van Friesland samen te stellen. We willen proberen de komende 4 jaar zoveel mogelijk "witte" gebieden in Friesland in te vullen.
                                      De "witte" gebieden

De libellenfauna van de natuurgebieden in het zuidoosten (hogere zandgronden en beekdalen) van onze provincie worden al enige jaren systematisch onderzocht. Dit is goed te zien op het waarnemingsoverzicht (zie onder) uit de Voorlopige verspreidingsatlas van libellen in Fryslân (De Boer & van Hijum, 2005). De zwarte (onderzochte) hokken zijn geconcentreerd in en rond de natuurterreinen van It Fryske Gea, Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten.
Ook de wat grotere natuurterreinen buiten de zandgronden, zoals de laagveenmoerassen van de Alde Feanen en de Rottige Meente zijn op deze kaart als zwarte (onderzochte) gebieden te herkennen. Voor de zuidoosthoek geldt dus dat vooral buiten de natuurgebieden nog de nodige inspanningen zijn te verrichten. Ook de kleinere (restanten van) natuurgebiedjes (veelal in particuliere handen) kunnen nog waardevolle aanvullingen opleveren.
Echter; grote delen van Fyslân, met name het kleigebied in het noorden, het merengebied in het midden, het zuidwesten van onze provincie en de kustgebieden worden niet systematisch onderzocht en dat is nu juist wel noodzakelijk om mettertijd te komen tot een definitieve verspreidingsatlas van libellen in Fryslân.
Zie kaart 1



kaart 1: "witte" hokken

Adopteer een uurhok en onderzoek 4 kilometerhokken 2 keer per jaar!
Meld het te onderzoeken uurhok op:  info@hynstebiter.nl en ontvang alle informatie!

Adopteert u een uurhok dan krijgt u zsm via mail (desgewenst per post) het uurhok op A4 formaat. Geef bij aanmelding wel aan of een toezending per mail voldoende is.

U kunt ook de toelichting bij dit project, het notatieformulier en de uurhokkenkaart van Friesland op deze pagina downloaden.

kaart 2: uurhokken/atlasblokken in Friesland
 

 GEADOPTEERD:

11-46    Wytze van Kammen
11-51    Frans Ozinga
11-53 11-43  Harry Bosma
16-12 16-13  Jan van der Heide
5-28 5-38  Doeke Stienstra
6-21    Jaap Feddema, Remco Hiemstra 
6-31    Regina Ynsen
15-13
15-14
15-23
15-24
 Ep van Hijum

(17 mei 2006)
 

  uurhokkenproject Kaart van Friesland

  uurhokkenproject Notatieformulier voorkant

    uurhokkenproject Notatieformulier achterkant

    uurhokkenproject Toelichting bij project

geplaatst 22 april 2006


 

 
Libellenlarvenhuidjes

Libellen brengen het grootste deel van hun leven onder water door, als larve. Toch wordt hier door de meeste mensen weinig aandacht aan besteed. Dat is wel begrijpelijk, want in tegenstelling tot de prachtig gekleurde libellen zijn de larven lelijke bruine gedrochten die een verborgen bestaan leiden. Ze leven ingegraven in de modder, tussen plantenwortels of in dichte plantengroei zoals bijv. veenmos.

De juffers leven gemiddeld 1 tot 2 jaar als larve, de echte libellen zo`n 2 tot 4 jaar. Het zijn al echte rovers: de grotere larven kunnen kikkervisjes en visjes tot hun eigen lengte verschalken. Als ze de kans krijgen eten ze elkaar ook graag, ze pakken wat ze maar kunnen eten. We hebben ook eens een Glazenmakerlarve gezien die eiafzettende Vuurjuffers pakte zodra ze het achterlijf onder water staken. Hij kreeg er meerdere te pakken en ook vonden we enkele aangevreten exemplaren.Toch kunnen de larven je veel leuke en nuttige informatie verschaffen, bijvoorbeeld de waterkwaliteit. Er zijn soorten voor zuur of zuurstofrijk water, voedselrijk of voedselarm water enz..Ook kun je larven tellen om er achter te komen wat voor aantallen zich in een watertje bevinden en welke soorten daar leven.Daarvoor hoef je niet met een netje het water leeg te scheppen; de larven kruipen als ze volgroeid zijn uit het water en zoeken een plek om te vervellen en als libel aan de voortplanting te beginnen.

Het vervellen oftewel uitsluipen gebeurt op stengels, takken, bomen, stenen en wat al niet meer. De larven zetten zich vast met haakjes aan het einde van de poten die ook bij een libel aanwezig zijn. Als hij goed vast zit begint hij zichzelf op te pompen en breekt uit het huidje.Het is dan nog een slap en doorzichtig beestje, de vleugels zijn nog propjes. Door vloeistof rond te pompen vouwt hij als het ware uit en neemt zijn eigenlijke vorm aan. Dan duurt het nog één tot enkele uren voordat de libel op kleur is en genoeg uitgehard om te kunnen vliegen.Om gevaar te ontlopen vliegen ze dan rechtstreeks van het water af om pas terug te keren als ze geslachtsrijp zijn.Je kunt dus al huidjes aan het water vinden voordat je een libel te zien krijgt. Er zijn ook libellen die gaan zwerven en niet of nauwelijks bij het betreffende water zijn te vinden.

Onderzoekjes

Onze interesse voor huidjes kwam dit voorjaar op gang doordat bij een ven erg veel larvenhuidjes met vrij lange poten te vinden waren. Het bleken Smaragdlibellen te zijn. De lange poten van deze larve onderscheidden het huidje vrij duidelijk van de andere aanwezige soorten, vnl. Viervlek, Gewone Oeverlibel en Platbuik, die iets moeilijker zijn te onderscheiden. Door elke week te tellen kwamen we op meer dan 250 Smaragdhuidjes uit. We hebben ongeveer 1/3 van de oever onderzocht, de rest vonden we te kwetsbaar om regelmatig in om te stampen door de aanwezigheid van Veenmos, Zonnedauw en andere planten.Bij enkele steekproeven zagen we vrij gemakkelijk ook op die plekken Smaragdhuidjes. We kunnen dus gerust stellen dat er zeker 400 Smaragdlibellen uit het ven kwamen. Echter, het hoogste aantal dat we zagen vliegen was 8 stuks, een groot verschil dus. Wat nu heel interessant was, is dat er 200 meter verderop een vrij identiek ven ligt waar ook de Smaragdlibel vloog. Ondanks goed zoeken hebben we hier echter niet één Smaragdhuidje kunnen vinden. Dit toont aan dat het niet altijd zo logisch is als het lijkt en je door huidjesonderzoek meer informatie over een ven en haar bewoners kunt lospeuteren.

Inmiddels enthousiast over de huidjes hebben we meer dingen kunnen ontdekken, bijv. een nieuwe voortplantingsplek van de Bruine Korenbout. Deze libel was in Friesland alleen bekend van de Lindevallei en de nieuwe locatie ligt er een paar km buiten. Deze plas is ook héél anders dan de watertjes van de Lindevallei. Wij namen eerst aan dat de aanwezige Bruine Korenbouten hier door de wind verzeild waren geraakt en weer zouden vertrekken. Een patrouillerend mannetje deed ons besluiten om toch maar eens goed te zoeken en al gauw hadden we enkele huidjes te pakken. Het bewijs van voortplanting is hiermee geleverd.

Een nog zeldzamere libel, de Gevlekte Glanslibel, vliegt ook in de Lindevallei. Het was nog niet bekend waar deze zich voortplant, in Nederland zijn hier nog maar een handjevol huidjes gevonden en ook de vrouwtjes laten zich zelden zien. Na heel goed zoeken zijn er toch enkele huidjes gevondenen en is er weer iets meer bekend over de Gevlekte Glanslibel. Dit soort ontdekkingen kunnen leiden tot betere beschermingsmaatregelen en zijn dus erg waardevol.

Toch willen we benadrukken dat niet alleen de zeldzame libellen de moeite waard zijn. Het is ook interessant en leuk om in je eigen favoriete watertjes te kijken wat er zoal uit tevoorschijn komt. Andere voordelen zijn bijv. dat je, als er op je vrije dag door bewolking en koude wind geen libellen vliegen, toch nog huidjes kunt gaan zoeken. Het heeft bij ons al menig dag goedgemaakt. Ook kom je tijdens het zoeken veel juffers en libellen tegen die schuilen in de begroeiing of bezig zijn met het uitsluipen.

Waar vind je ze?

De larven kunnen behoorlijk wat meters afleggen voordat ze een geschikt plekje vinden om uit te sluipen. In Duitsland zijn huidjes van de Tweevlek tot meer dan 100 meter van het water gevonden en ook in boomtoppen zijn huidjes gevonden tot 15 meter hoogte. Ons record is een Smaragdlibel die 4,5 meter hoog in een boom zat die 5 meter van het water afstond. Een hele wandeling dus. Wie weet wat voor ontdekkingen er in de toekomst nog gedaan worden als meerdere mensen zich met de huidjes gaan bezig-houden. Dat bomen hierbij ook een rol spelen staat voor ons vast. De meeste huidjes vind je echter vlak bij het water of op stengels e.d. Bijv. pollen pitrus of pijpestrootje kunnen soms goede uitsluipplaatsen zijn, evenals riet, takken en ook walbeschoeiingen en steigers die in het water staan.

Omdat de meeste libellen `s ochtends uitsluipen is een plek waar op dat moment de zon op staat een goede plek. Maar in principe kun je de huidjes op de meest gekke plaatsen tegenkomen. We hebben ze o.a. onder steigers gevonden, op de kop hangend, waarbij opviel dat er regelmatig een Grote Keizerlibel hing. Een goede tijd om te zoeken is het voorjaar. Het kan dan om behoorlijke aantallen gaan waardoor er relatief gemakkelijk huidjes te vinden zijn. Als het een paar dagen heeft geregend en het weer klaart op grijpen de larven hun kans en is dat als huidjeszoeker ook aan te raden. Wanneer je dan de smaak te pakken krijgt lukt het de rest van het jaar ook wel.

De huidjes op naam brengen

Het benoemen van de huidjes is in het begin vrij lastig, maar met enige oefening is er vrij goed uit te komen. Eerst kijk je welke groep je te pakken hebt, bijv. Glazenmakers, Witsnuiten, Heidelibellen enz. Elke groep heeft zijn eigen specifieke kenmerken: de vorm van de kop, de ogen e.d.. Dat beperkt het aantal mogelijke soorten al behoorlijk. Dan kun je via andere kenmerken zoals rugdoorns, zijdoorns maar soms ook de lengte soorten gaan afstrepen tot je op het gewenste beestje uitkomt. Hiervoor zijn tabellen verkrijgbaar waar je overigens beslist niet zonder kunt.

De tabellen

Wij zijn begonnen met een Duits boek: Die Libellenlarven Deutschlands van Harald Heideman & Richard Seidenbusch. Dit is een zeer uitvoerig boek met veel leuke en nuttige feiten en weetjes. Voor de beginner is het echter nogal pittig, stevige Duitse tekst doorspekt met Latijn. Maar als je er eenmaal een beetje in thuis bent een geweldig boek.

Er is nu gelukkig ook een Nederlandse tabel verschenen; Determinatietabel voor de Libellenlarvenhuidjes van Nederland door Thijs van Trigt & Jan-Willem van Velzen. Hiermee kan ook een beginnende huidjeszoeker goed uit de voeten. Na een niet al te uitvoerige maar vrij volledige inleiding met leuke tips en aanwijzingen word je via schemaatjes stap voor stap naar het uiteindelijke huidje geleid. Na enige oefening en/of hulp van iemand met enige ervaring zal deze tabel je in de meeste gevallen de juiste uitslag geven. Mocht er toch nog twijfel bestaan, de huidjes bederven niet en als je ze goed documenteert, datum vindplaats e.d. kan later altijd navraag bij anderen de oplossing brengen. Deze tabel behandeld alleen de echte libellen,de juffers komen later aan bod. Wanneer je je met huidjes bezig wilt gaan houden zijn de echte libellen ook de beste groep om mee te beginnen, juffers zijn wat lastiger op naam te brengen.

De tabel is te bestellen door 11,00 euro over te maken op bankrek.nr. 3281.13.174 t.n.v. Th. Van Trigt, de Zilk o.v.v. Larvenhuidjestabel en je naam en adres of telefonisch je gegevens doorgeven op nummer 0252-524079.

Nog even in het kort

De larvenhuidjes en het zoeken ernaar kan erg leuk zijn en veel nuttige informatie opleveren. Als het geen vliegweer is op je vrije dag of avond kun je toch nog op pad om leuke dingen te ontdekken op libellengebied. Door het zoeken ontdek je ook veel andere leuke dingen in de natuur. Al met al genoeg redenen voor ons om er mee bezig te zijn. Hopelijk hebben we ons enthousiasme een beetje over kunnen brengen en ga je er zelf ook veel plezier aan beleven.

Succes,

Ronald van Seyen en Anneke Hofstra


 © hynstebiter.nl Disclaimer · Contact · Home