LibellenlarvenhuidjesLibellen brengen
het grootste deel van hun leven onder water
door, als larve. Toch wordt hier door de meeste
mensen weinig aandacht aan besteed. Dat is wel
begrijpelijk, want in tegenstelling tot de
prachtig gekleurde libellen zijn de larven
lelijke bruine gedrochten die een verborgen
bestaan leiden. Ze leven ingegraven in de
modder, tussen plantenwortels of in dichte
plantengroei zoals bijv. veenmos.
De juffers leven gemiddeld 1 tot 2 jaar als
larve, de echte libellen zo`n 2 tot 4 jaar. Het
zijn al echte rovers: de grotere larven kunnen
kikkervisjes en visjes tot hun eigen lengte
verschalken. Als ze de kans krijgen eten ze
elkaar ook graag, ze pakken wat ze maar kunnen
eten. We hebben ook eens een Glazenmakerlarve
gezien die eiafzettende Vuurjuffers pakte zodra
ze het achterlijf onder water staken. Hij kreeg
er meerdere te pakken en ook vonden we enkele
aangevreten exemplaren.Toch kunnen de larven je
veel leuke en nuttige informatie verschaffen,
bijvoorbeeld de waterkwaliteit. Er zijn soorten
voor zuur of zuurstofrijk water, voedselrijk of
voedselarm water enz..Ook kun je larven tellen
om er achter te komen wat voor aantallen zich in
een watertje bevinden en welke soorten daar
leven.Daarvoor hoef je niet met een netje het
water leeg te scheppen; de larven kruipen als ze
volgroeid zijn uit het water en zoeken een plek
om te vervellen en als libel aan de
voortplanting te beginnen.
Het
vervellen oftewel uitsluipen gebeurt op
stengels, takken, bomen, stenen en wat al niet
meer. De larven zetten zich vast met haakjes aan
het einde van de poten die ook bij een libel
aanwezig zijn. Als hij goed vast zit begint hij
zichzelf op te pompen en breekt uit het
huidje.Het is dan nog een slap en doorzichtig
beestje, de vleugels zijn nog propjes. Door
vloeistof rond te pompen vouwt hij als het ware
uit en neemt zijn eigenlijke vorm aan. Dan duurt
het nog één tot enkele uren voordat de libel op
kleur is en genoeg uitgehard om te kunnen
vliegen.Om gevaar te ontlopen vliegen ze dan
rechtstreeks van het water af om pas terug te
keren als ze geslachtsrijp zijn.Je kunt dus al
huidjes aan het water vinden voordat je een
libel te zien krijgt. Er zijn ook libellen die
gaan zwerven en niet of nauwelijks bij het
betreffende water zijn te vinden.
Onderzoekjes
Onze interesse voor huidjes kwam dit voorjaar
op gang doordat bij een ven erg veel
larvenhuidjes met vrij lange poten te vinden
waren. Het bleken Smaragdlibellen te zijn. De
lange poten van deze larve onderscheidden het
huidje vrij duidelijk van de andere aanwezige
soorten, vnl. Viervlek, Gewone Oeverlibel en
Platbuik, die iets moeilijker zijn te
onderscheiden. Door elke week te tellen kwamen
we op meer dan 250 Smaragdhuidjes uit. We hebben
ongeveer 1/3 van de oever onderzocht, de rest
vonden we te kwetsbaar om regelmatig in om te
stampen door de aanwezigheid van Veenmos,
Zonnedauw en andere planten.Bij enkele
steekproeven zagen we vrij gemakkelijk ook op
die plekken Smaragdhuidjes. We kunnen dus gerust
stellen dat er zeker 400 Smaragdlibellen uit het
ven kwamen. Echter, het hoogste aantal dat we
zagen vliegen was 8 stuks, een groot verschil
dus. Wat nu heel interessant was, is dat er 200
meter verderop een vrij identiek ven ligt waar
ook de Smaragdlibel vloog. Ondanks goed zoeken
hebben we hier echter niet één Smaragdhuidje
kunnen vinden. Dit toont aan dat het niet altijd
zo logisch is als het lijkt en je door
huidjesonderzoek meer informatie over een ven en
haar bewoners kunt lospeuteren.
Inmiddels enthousiast over de huidjes hebben
we meer dingen kunnen ontdekken, bijv. een
nieuwe voortplantingsplek van de Bruine
Korenbout. Deze libel was in Friesland alleen
bekend van de Lindevallei en de nieuwe locatie
ligt er een paar km buiten. Deze plas is ook
héél anders dan de watertjes van de Lindevallei.
Wij namen eerst aan dat de aanwezige Bruine
Korenbouten hier door de wind verzeild waren
geraakt en weer zouden vertrekken. Een
patrouillerend mannetje deed ons besluiten om
toch maar eens goed te zoeken en al gauw hadden
we enkele huidjes te pakken. Het bewijs van
voortplanting is hiermee geleverd.
Een nog zeldzamere libel, de Gevlekte
Glanslibel, vliegt ook in de Lindevallei. Het
was nog niet bekend waar deze zich voortplant,
in Nederland zijn hier nog maar een handjevol
huidjes gevonden en ook de vrouwtjes laten zich
zelden zien. Na heel goed zoeken zijn er toch
enkele huidjes gevondenen en is er weer iets
meer bekend over de Gevlekte Glanslibel. Dit
soort ontdekkingen kunnen leiden tot betere
beschermingsmaatregelen en zijn dus erg
waardevol.
Toch willen we benadrukken dat niet alleen de
zeldzame libellen de moeite waard zijn. Het is
ook interessant en leuk om in je eigen favoriete
watertjes te kijken wat er zoal uit tevoorschijn
komt. Andere voordelen zijn bijv. dat je, als er
op je vrije dag door bewolking en koude wind
geen libellen vliegen, toch nog huidjes kunt
gaan zoeken. Het heeft bij ons al menig dag
goedgemaakt. Ook kom je tijdens het zoeken veel
juffers en libellen tegen die schuilen in de
begroeiing of bezig zijn met het uitsluipen.
Waar vind je ze?
De larven kunnen behoorlijk wat meters
afleggen
voordat
ze een geschikt plekje vinden om uit te sluipen.
In Duitsland zijn huidjes van de Tweevlek tot
meer dan 100 meter van het water gevonden en ook
in boomtoppen zijn huidjes gevonden tot 15 meter
hoogte. Ons record is een Smaragdlibel die 4,5
meter hoog in een boom zat die 5 meter van het
water afstond. Een hele wandeling dus. Wie weet
wat voor ontdekkingen er in de toekomst nog
gedaan worden als meerdere mensen zich met de
huidjes gaan bezig-houden. Dat bomen hierbij ook
een rol spelen staat voor ons vast. De meeste
huidjes vind je echter vlak bij het water of op
stengels e.d. Bijv. pollen pitrus of
pijpestrootje kunnen soms goede uitsluipplaatsen
zijn, evenals riet, takken en ook
walbeschoeiingen en steigers die in het water
staan.
Omdat de meeste libellen `s ochtends
uitsluipen is een plek waar op dat moment de zon
op staat een goede plek. Maar in principe kun je
de huidjes op de meest gekke plaatsen
tegenkomen. We hebben ze o.a. onder steigers
gevonden, op de kop hangend, waarbij opviel dat
er regelmatig een Grote Keizerlibel hing. Een
goede tijd om te zoeken is het voorjaar. Het kan
dan om behoorlijke aantallen gaan waardoor er
relatief gemakkelijk huidjes te vinden zijn. Als
het een paar dagen heeft geregend en het weer
klaart op grijpen de larven hun kans en is dat
als huidjeszoeker ook aan te raden. Wanneer je
dan de smaak te pakken krijgt lukt het de rest
van het jaar ook wel.
De huidjes op naam brengen
Het benoemen van de huidjes is in het begin
vrij lastig, maar met enige oefening is er vrij
goed uit te komen. Eerst kijk je welke groep je
te pakken hebt, bijv. Glazenmakers, Witsnuiten,
Heidelibellen enz. Elke groep heeft zijn eigen
specifieke kenmerken: de vorm van de kop, de
ogen e.d.. Dat beperkt het aantal mogelijke
soorten al behoorlijk. Dan kun je via andere
kenmerken zoals rugdoorns, zijdoorns maar soms
ook de lengte soorten gaan afstrepen tot je op
het gewenste beestje uitkomt. Hiervoor zijn
tabellen verkrijgbaar waar je overigens beslist
niet zonder kunt.
De tabellen
Wij
zijn begonnen met een Duits boek: Die
Libellenlarven Deutschlands van Harald Heideman
& Richard Seidenbusch. Dit is een zeer uitvoerig
boek met veel leuke en nuttige feiten en
weetjes. Voor de beginner is het echter nogal
pittig, stevige Duitse tekst doorspekt met
Latijn. Maar als je er eenmaal een beetje in
thuis bent een geweldig boek.
Er is nu gelukkig ook een Nederlandse tabel
verschenen; Determinatietabel voor de
Libellenlarvenhuidjes van Nederland door Thijs
van Trigt & Jan-Willem van Velzen. Hiermee kan
ook een beginnende huidjeszoeker goed uit de
voeten. Na een niet al te uitvoerige maar vrij
volledige inleiding met leuke tips en
aanwijzingen word je via schemaatjes stap voor
stap naar het uiteindelijke huidje geleid. Na
enige oefening en/of hulp van iemand met enige
ervaring zal deze tabel je in de meeste gevallen
de juiste uitslag geven. Mocht er toch nog
twijfel bestaan, de huidjes bederven niet en als
je ze goed documenteert, datum vindplaats e.d.
kan later altijd navraag bij anderen de
oplossing brengen. Deze tabel behandeld alleen
de echte libellen,de juffers komen later aan
bod. Wanneer je je met huidjes bezig wilt gaan
houden zijn de echte libellen ook de beste groep
om mee te beginnen, juffers zijn wat lastiger op
naam te brengen.
De tabel is te bestellen door 11,00 euro over
te maken op bankrek.nr. 3281.13.174 t.n.v. Th.
Van Trigt, de Zilk o.v.v. Larvenhuidjestabel en
je naam en adres of telefonisch je gegevens
doorgeven op nummer 0252-524079.