» Home » Werkatlas » oostelijke witsnuitlibel - (geen Friese naam bekend)
Werkatlas Fryslân
Oostelijke witsnuitlibel (Leucorrhinia albifrons)
(nog geen Friese naam)
 
Status in Nederland Status in Fryslân Landelijke
trend
Rode Lijst Aantal records Aantal Exemplaren
 sinds 2005
 1 populatie
sinds 2005
 1 populatie 
 verdwenen ernstig bedreigd

0

0

Gegevens biotoop
De Oostelijke witsnuitlibel komt voor bij matig voedselarme wateren op de zandgronden - meestal vennen, soms tot plassen vergraven vennen. De geringe voedselrijkdom van het water komt meestal tot uiting in de tamelijke zeldzame water- en/of oeverplanten, zoals verlandingsvegetaties van veenmossen, kleinste egelskop, moerashertshooi en vlottende bies.
Vliegtijden 

Hoofdvliegtijd
Fryslân:                                      (NL - begin juni t/m begin juli)
Vroegste waarnemingsdatum Fryslân:             (NL - 21 mei)
Laatste waarnemingsdatum Fryslân:               (NL - 10 juli)
 
Verspreiding en ecologie 
De Oostelijke witsnuitlibel is de meest zeldzame van de vijf witsnuitlibellen die in Europa voorkomen. De soort is in Nederland altijd zeer zeldzaam geweest. De laatste waarneming werd gedaan in 1994 in Friesland! (Dit was tegelijkertijd de laatste waarneming van Noordwest-Europa.) Op 21 mei 1994 werd door Gerard de Knijf een mannetje gezien op de Grenspoel in de bossen van Appelscha (nu Nationaal Park Drents-Friese Wold). De Grenspoel is een kale, zure ondiepe plas in de Kale duinen. Hier is geen geschikt voortplantingsbiotoop voorhanden. Niet ver hier vandaan ligt echter een prachtig, ongestoord bosven: De Kraaiheidepollen. De eigenschappen (vegetatie, waterhuishouding)van dit ven maken het geschikt als potentieel voortplantingsbiotoop. Na de ontdekking van de soort bij de Grenspoel is in de jaren erna goed gezocht, maar helaas werd de soort niet aangetroffen.
Onlangs is een populatie ontdekt op 150 km afstand van de Nederlandse grens in Duitsland. Dit kan betekenen dat de soort in de nabije toekomst weer in Nederland kan opduiken. 

De Oostelijke witsnuitlibel stelt hoge eisen aan haar leefomgeving. Het is een kenmerkende soort van ongestoorde, matig voedselarme (mesotrofe), venige bosvennen met een brede verlandingszone van o.a. zeggen (Carex spec.) In de literatuur wordt vaak drijvende watervegetatie (Waterlelie, fonteinkruiden)genoemd als voorwaarde voor het voorkomen. Dit is echter niet beslist noodzakelijk. Deze planten tonen wel vaak het mesotrofe karakter van het water aan.

In 2005 werd de Oostelijke Witsnuitlibel herontdekt in Friesland. Er was een kleine populatie ( minimaal 6 mannetjes en 2 eileggende vrouwtjes) aanwezig. Voor een optimale bescherming van deze kwetsbare soort wordt de vindplaats geheim gehouden! In de loop van 2005 volgen nadere bijzonderheden.

Tips voor onderzoek
Door de Europese zeldzaamheid van deze soort is de kans zeer klein dat de soort in Friesland gevonden kan worden. Maar .... mogelijke geschikte leefgebieden zouden dan kunnen zijn: de Kraaiheidepollen, de Freulevijver (Bakkeveen) en de Wyldemerk. Goed zoeken bij aanhoudend oostelijke winden in juni op deze plekken zou een verrassing kunnen opleveren.

Verspreidingskaart Fryslân 2000-2005: wordt niet gepubliceerd

foto's van E. van Hijum,
F.Koopman, P. de Boer

 

 

 

 © hynstebiter.nl Disclaimer · Contact · Home